Het Besluit Wob-verzoek beleid en uitvoering familiebank, 21 april 2021 bevat standpunten van de Belastingdienst over de toelaatbare hoogte van de rente van een famlielening/familiehypotheek. Het is geen gemakkelijke tekst en de Belastingdienst onthoudt zich wederom van exacte percentages waardoor het toch weer moeilijk voor een consument is de juiste rente te kiezen. Toch willen we onze lezers graag informeren. Onderstaand een interpretatie van de inhoud:

  • Tegen een lagere rente dan die van reguliere geldverstrekkers wordt niet snel bezwaar gemaakt. In dat kader wordt gewezen op de omstandigheid dat de verstrekker van de familielening belang kan hebben bij een hogere rente dan de (negatieve) spaarrente.
  • Er wordt expliciet afstand genomen van de 6%-rente regel die door sommige “experts” wordt genoemd. De 6% regel is opgenomen in de Successiewet uit 1956 en geldt voor de waardering van genotsrechtelijke en periodieke uitkeringen. De Belastingdienst acht deze niet relevant voor het bepalen van de hoogte van een lening tussen familieleden
  • Ook de vergelijking met de rente voor persoonlijke leningen gaat mank omdat dit volgens de Belastingdienst andere leningen zijn (consumptieve besteding zonder mogelijkheid van verhaal bij wanbetaling). Bij een financiering van een woning is verhaal makkelijker mogelijk en kunnen dus lagere rentes worden gehanteerd dan de rentes voor een doorlopend krediet (denk aan percentages vergelijkbaar met hypotheek maar dan met een opslag voor het ontbreken van een zekerheid).
  • De betaalde rente is aftrekbaar indien het gekozen rentepercentage een reële rentevergoeding is voor de lening. Een reële rente is wat onder vergelijkbare omstandigheden met een onafhankelijke derde als rente wordt overeengekomen, zoals het gangbare rentepercentage voor een lening bij een bank.
  • De Belastingdienst gaat zonder meer akkoord met een opslag van 0,2% boven het tarief van een vergelijkbare lening bij een bank omdat vaak in de (familie)leningovereenkomst is opgenomen dat boetevrij kan worden afgelost. Dit is een opslag die in de rente verwerkt kan worden. Deze clausule zie je zelden bij leningen van een bank (en dus mag rente familielening hoger zijn dan vergelijkbare lening van bank).
  • Als de gekozen rente nog hoger is dan moet daarvoor een duidelijke reden zijn die blijkt uit de zekerheden of het risicoprofiel van de geldnemer. Dit moet per lening worden beoordeeld (zie toets).
  • Indien er een substantieel risico is dat een kind zijn betaalverplichtingen niet na zou kunnen komen, is er een rechtvaardiging voor een hogere rente. De omstandigheid dat er geen formele zekerheden zijn overeengekomen, rechtvaardigt geen opslag als die zekerheden wel beschikbaar/mogelijk zijn. Bij het ontbreken van formele zekerheden moet het risico voor de geldgever materieel worden getoetst.
  • Voor de situatie waarin de bank bijvoorbeeld 70% financiert en het eerste recht van hypotheek heeft gekregen, terwijl de ouders de resterende 30% verstrekken, geeft het Besluit als voorbeeld een opslag van 1%. Het is een voorbeeld…helaas geen regel. We moeten dus op zoek naar de opslag die een bank zou hebben voor een dergelijke clausule of zelf iets kiezen en hopen dat Belastingdienst akkoord gaat.
  • Rente-aftrek is niet mogelijk als is overeengekomen dat de betaalde rente wordt verrekend met een (of meerdere) schenking(en). De Belastingdienst ziet de lening vervolgens als een renteloze lening!
  • Als niet schriftelijk kan worden aangetoond dat een rentebetaling is gedaan (bijvoorbeeld doordat deze is verrekend met een schenking) kan de rente-aftrek worden geweigerd.
  • Kan de Belastinginspecteur terugkomen op een eerdere goedkeuring van een rente of moet de consument er op kunnen vertrouwen dat een eerdere goedkeuring blijft gelden? Nou, dat verschilt per situatie. Dus: ja hij kan er op terug komen!
  • En….tussentijdse toetsing van de rente door de Belastingdienst is mogelijk bij extra aflossingen of rentewijzigingen/overlsuitingen!
  • Gelden deze regels ook voor de lening van de bv aan de dga? Ja!

Hoe toetst de Belastingdienst om te bepalen of de rente van een lening aftrekbaar is?

  • toets 1: is er sprake van een geldlening? Er moet een overeenkomst zijn met een terugbetalingsverplichting. Let op: een leningovereenkomst met een clausule erin dat de rente wordt teurg geschonken ziet de Belastingdienst als een renteloze lening!
  • toets 2: wordt voldaan aan de eisen van de Wet IB2001? Dit zijn de bekende eisen (na 1/1/2013); de lening wordt gebruikt voor de eigen woning, looptijd maximaal 30 jaar met minimaal een annuitair of lineair aflossingsschema.
  • toets 3: is de betaalde rente ook echt rente of heeft deze betrekking op andere rechten of plichten. Als dergelijke privileges zoals bijvoorbeeld boetevrij aflossen tot niet meer dan 0,2% verhoging leiden van de rente is verder uitzoekwerk niet nodig
  • toets 4: Deze bestaat uit 3 stappen
    • stap 1. wat is het gangbare rentepercentage voor een vergelijkbare lening die onder marktomstandigheden bij een bank wordt afgesloten?
    • stap 2: in welke mate is het verschil in rente met de familielening of familiehypotheek reel en gerechtvaardigd door zakelijke overwegingen? Als de lening alleen zonder hypothecaire zekerheid kan worden overeengekomen is een opslag acceptabel. Let op: Als die hypothecaire zekerheid wel had kunnen worden afgesproken maar toch is gekozen voor een onderhandse lening is de opslag al niet acceptabel! Als de lening is vertrekt aan een geldnemer met een hoog risicoprofiel is een hogere rente mogelijk acceptabel. NB Belastingdienst noemt een hoge LTV niet, maar o.i. is dat ook een factor.
    • stap 3: bepaal het bovenmatige deel en beoordeel of er sprake kan zijn van een schenking….

Let op: dit is een interpretatie van de tekst uit het document en geen zekere regels! ANBF kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van het gebruikt maken van de hier beschreven zaken.