Op de internetsite van ABN AMRO staat een zeer interessant artikel over de problematiek rond erf- en schenkbelasting bij verkoop van de woning door ouders aan kinderen. Met dank aan de auteur Tjarko Denekamp (link artikel: https://financialfocus.abnamro.nl/expertise/schenken-woning-en-woz-waarde/). Onderstaand de tekst van het artikel met een redactionele aanvulling t.a.v. de overdrachtsbelasting

Voor de schenk- en erfbelasting is de WOZ-waarde voor woningen het uitgangspunt. Dat levert soms ingewikkelde vraagstukken op als de werkelijke waarde van de woning niet gelijk is aan WOZ-waarde. Er is een discussie gesloten, maar nieuwe discussies zijn geopend.


Een kwijtschelding op de koopsom
In de rechtspraak heeft zich deze (vereenvoudigd weergegeven) situatie voorgedaan:
Een ouder bezit een woning met taxatiewaarde van € 200.000 en wil deze verkopen aan zijn kind. De WOZ-waarde is € 225.000. Verkoopt de ouder de woning voor € 200.000? Dan is er geen sprake van een schenking. De woning gaat immers voor de werkelijke waarde over. Maar stel nu dat de ouder direct een kwijtschelding doet op de koopsom van € 15.000. Feitelijk neemt het kind de woning over voor € 185.000. Dit is natuurlijk een schenking en het kind komt in de schenkbelasting terecht. De Belastingdienst meende dat voor de omvang van de schenking naar de WOZ-waarde moest worden gekeken. Dat zou hier een schenking opleveren van € 40.000 (verschil tussen € 225.000 en € 185.000). Ouder en kind meenden dat de schenking € 15.000 was, de daadwerkelijke kwijtschelding. Inmiddels heeft onze hoogste rechter, de Hoge Raad, uitspraak gedaan over deze situatie. De conclusie is dat de schenking € 15.000 is. Hier is namelijk een schenking van geld aan de orde en niet een schenking van de woning zelf. Kortom, deze discussie kunnen we sluiten.

Stijgende prijzen van woningen
Enkele jaren geleden kwam het vaak voor dat de werkelijke waarde van een woning lager was dan de WOZ-waarde. Inmiddels zien we geregeld de omgekeerde situatie weer: de werkelijke waarde is hoger dan de WOZ-waarde. Stel dat u in deze situatie zit en u de woning wil overdragen aan uw kind voor de WOZ-waarde. Hoe pakt dat uit voor de schenkbelasting? Hier openen zich nieuwe discussies.

Schenken van een woning
Als u de woning zou schenken, is er geen discussie. Voor de schenkbelasting geldt dan de WOZ-waarde. Het is immers een schenking van de woning. Let er op dat voor de overdrachtsbelasting de werkelijke waarde geldt. De overdrachtsbelasting komt in mindering op de schenkbelasting voor zover er wordt geheven over dezelfde waarde en voor zover er geen vrijstelling geldt voor de schenkbelasting.
Omdat woningen vaak een grote waarde vertegenwoordigen, komt het niet vaak voor dat de hele woning geschonken wordt. Meestal willen ouders een deel van de waarde houden. Met een kwijtschelding op de koopsom, kunnen zij de woning overdragen met een ‘korting’. Maar hoe zit dat voor de WOZ-waarde?

Verkopen en kwijtschelden op de koopsom
In het hiervoor genoemde voorbeeld is de woning verkocht voor € 200.000 en bedroeg de kwijtschelding € 15.000. De conclusie was dat dit een schenking is van geld. Stel nu dat kwijtschelding veel groter is. Kan er dan een moment komen waarop we moeten zeggen: dit is niet meer de schenking van geld maar de schenking van een woning? Dan zou voor de berekening van de schenkbelasting de WOZ-waarde het uitgangspunt zijn. Er is wel eens geopperd dat een kwijtschelding van 50% of meer van de werkelijke waarde een mooie praktische vuistregel zou kunnen zijn. Of dat ook zo is, moet nog blijken. Hof Amsterdam heeft over een dergelijke situatie moeten oordelen en besliste anders (schenking van geld bij een kwijtschelding van 56%). Het is aan de Hoge Raad om een definitief oordeel te geven.

Verkoop tegen te lage prijs
Een andere vraag die is opgekomen, is hoe het uitpakt als de woning wordt verkocht voor een prijs die minder is dan de werkelijke waarde. Stel een woning met een werkelijke waarde van € 225.000 en een WOZ-waarde van € 200.000 wordt verkocht voor € 185.000. Is dat een schenking van € 40.000 of van € 15.000? Is dit een schenking van geld of van de woning?

Ik denk dat we hier een schenking hebben van € 40.000. Dat er dus sprake is van een schenking van geld en we dus moeten kijken naar de werkelijke waarde van de woning. Immers, het zou toch vreemd zijn als twee routes die zo op elkaar lijken andere gevolgen hebben? Maar in het eerste hiervoor genoemde voorbeeld lijkt een lagere rechter van de andere mogelijkheid te zijn uitgegaan. De Hoge Raad heeft in zijn arrest over de kwijtschelding jammer genoeg geen aandacht besteed aan deze variant. Het is dus afwachten of en wanneer deze situatie onze hoogste rechter bereikt en hoe dan de beslissing uitvalt.

Noot redactie: En voor welk bedrag moet 2% aan overdrachtsbelasting worden afgerekend? Is dit €225.000, €200.000 of €185.000? Let op bij de notariskeuze en overleg met de notaris.

Aanvulling redactie: de regel voor de overdrachtsbelasting is dat deze wordt berekend over de waarde in het economisch verkeer. Hierover is ook de nodige discussie.

Als de ouders en kinderen zijn overeengekomen middels een koopovereenkomst dat de woning voorde WOZ-waarde zal worden verkocht (wat tegenwoordig toch wel een goede weergave vormt van de woningwaarde) en zo ook geen sprake is van een schenking van ene naar andere zijde zou je denken dat alles duidelijk. Niet altijd zo blijkt.

Veel notariskantoren nemen de waarde van de koopovereenkomst over voor de overdrachtsbelasting. Maar niet alle notarissen! Een enkeling eist een taxatierapport van minder dan 6 maanden oud om de overdrachtsbelasting op te baseren. Hij zadelt hiermee de ouders en kinderen op met extra kosten voor een taxatierapport en mogelijk extra ovedrachtsbelasting. Let dus op bij uw notariskeuze!

Het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’, dat als doel heeft om fiscaal gedreven belastinguitstel door directeur-grootaandeelhouders (dga’s ) te ontmoedigen, wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. Dga’s hebben zo meer tijd, tot eind 2023, om zich voor te bereiden en schulden aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden) af te lossen. Circa 11.000 ondernemers hebben profijt van deze maatregel.

jaaropgaaf over 2019?

Wij ontvangen veel e-mails over de jaaropgaaf 2019. Deze is op 2 januari als e-mail verzonden naar de geldgever. De geldgever heeft het document ook beschikbaar in zijn/haar “on-line dossier”. Als het niet lukt om de geldgever te bereiken of de geldgever niet in staat is om het document aan u te verzenden, stuur dan even een e-mail naar info@anbf.nl. Wij verzenden het document dat alsnog naar de geldnemer.



Als de financiering van de verbouwing een eigenwoningschuld is en u de hypotheekrente in aftrek wilt brengen in uw belastingaangifte, is het belangrijk dat u rekening houdt met het volgende. De hypotheekrente, die u betaalt op de eigenwoningschuld, is alleen aftrekbaar op uw inkomsten uit werk en woning in box 1 als de verbetering of het onderhoud van de woning met schriftelijke bescheiden (zoals bonnetjes en aankoopbewijzen) is aan te tonen. De Hoge Raad heeft in een recent arrest uitspraak gedaan over de bewaartermijn van deze schriftelijke bewijsstukken.

Uitspraak Hoge Raad: geen termijn voor bewaren schriftelijk bescheiden
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er géén termijn is voor het bewaren van de schriftelijke bescheiden van het onderhoud of verbetering van de eigen woning. Dit betekent dat de Belastingdienst altijd nog aan u kan vragen om de schriftelijke bescheiden aan te leveren. Indien de Belastingdienst de bewijsstukken opvraagt en u niet (meer) beschikt over deze schriftelijke bescheiden, is de hypotheekrente in zoverre niet aftrekbaar in uw belastingaangifte.

Bovendien oordeelt de Hoge Raad dat het feit dat de Belastingdienst de desbetreffende hypotheekrenteaftrek in andere jaren wel volgt, niet betekent dat je er op mag vertrouwen dat dit ook voor andere jaren geldt. Dit is alleen anders als de Belastingdienst een expliciet standpunt heeft opgenomen over de hypotheekrenteaftrek inzake de kosten van de verbouwing.

Dus: bewaar alle (betaal)gegevens en zorg voor een goede documentatie en administratie.
Ook is het raadzaam om alle (betaal)gegevens overzichtelijk en langdurig te bewaren.

Bron: nieuwsbrief BDO

Vermogenden die een maas in de regeling voor het belastingvrij schenken voor de aankoop van een woning denken te hebben gevonden, zouden weleens bedrogen uit kunnen komen. De Belastingdienst beschouwt kruislingse schenkingen als schenkingen van de ouders aan het eigen kind. Als dat de tweede schenking is, wordt schenkbelasting geheven. Dat zegt staatssecretaris Menno Snel over een contactadvertentie waarin vermogenden zoeken naar andere schenkouders om onder die belasting uit te komen.

In Arts & Auto dook vorige maand een advertentie op waarin vermogenden op zoek zijn naar andere rijke ouders om twee keer belastingvrij een ton (€ 102.010) te kunnen schenken voor de eigen woning. Een keer aan de eigen kinderen, de tweede keer aan het kroost van het andere ouderpaar. De constructie zou via de notaris worden vastgelegd en gebruikmaken van een maas in de regeling voor het belastingvrij schenken.

Vrijstelling niet gehonoreerd

Staatssecretaris Snel geeft aan dat kinderen van ouders die zo’n constructie optuigen, weleens bedrogen uit kunnen komen. Bij kruislings schenken zal het beroep op de vrijstelling niet worden gehonoreerd, schrijft de staatssecretaris. “Ik acht het gebruik van kruislingse schenkingen ten einde de verhoogde vrijstelling schenkbelasting voor de eigen woning voor een tweede maal te verkrijgen ongewenst en de toepassing van de vrijstelling in een dergelijk geval in strijd met de letter en geest van de Successiewet 1956.”

Schenking aan eigen kind

Al bij invoering van de tijdelijke verruiming van de vrijstelling van schenkbelasting voor de eigen woning, hield men rekening met het ontstaan van fiscale sluipwegen om de vrijstelling meer dan één keer toe te passen, aldus Snel. De Belastingdienst is daar echter alert op. Als de fiscus kruislingse schenkingen constateert, worden de schenkingen beschouwd als schenkingen aan het eigen kind. Consequentie daarvan is dat schenkbelasting bij het kind wordt geheven als al eerder een beroep is gedaan op de vrijstelling.

Onvoorwaardelijk

Snel legt in de beantwoording van de Kamervragen uit dat door de overeenkomst die de ouders sluiten de ouder verarmt en het kind verrijkt. In de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting staat dat een schenking onvoorwaardelijk moet worden gedaan. “Op het moment dat de ene ouder met de andere ouder overeenkomt dat hij diens kind een schenking doet onder voorwaarde dat deze ouder ook zijn kind een schenking doet, is deze niet onvoorwaardelijk en is de schenkvrijstelling ook om die reden niet van toepassing”, aldus de staatssecretaris.

Regeling blijft ongewijzigd

Snel ziet geen reden om de schenkingsregeling te wijzigen. Er is in 2017 volgens hem bewust gekozen voor een ruimere toepassing dan de ouder-kindrelatie. Niet elke ouder kan zijn kind schenken voor de eigen woning. Daarom wil Snel dat ook een ander familielid kan helpen. Om kruislings schenken tegen te gaan is een wijziging niet nodig. Daar ziet de Belastingdienst nu al op toe, stelt hij.

Bron: AMWEB, link:https://www.amweb.nl/financiele-planning/nieuws/2019/03/snel-kruislings-schenken-ongewenst-en-in-strijd-met-wet-101115811?utm_source=Vakmedianet&utm_medium=email&utm_campaign=20190312-am-signalen-flash&tid=TIDP639011XC1A5FFE5AE8D41DAB42A5F1629F27B8DYI4

Een vrouw die in verweer kwam tegen een naheffing van de belastingdienst voor teveel opgevoerde hypotheekrente hoeft niet te rekenen op teruggave. De rechtbank Den Haag oordeelde eind vorige maand dat de 9% hypotheekrente die de vrouw opvoerde bij haar belastingaangifte op dat moment niet gangbaar was. Een rentepercentage van 4,5% acht de rechtbank redelijker.

De rechtbank vond 9% rente op onzakelijke ‘hypotheek’ te gortig.
Het draait in de zaak om de woning waar de vrouw sinds eind 2015 met haar partner woont. Die heeft begin dat jaar voor de aankoop van de woning een annuïtaire geldlening van ruim € 271.000 bij zijn ouders gesloten met een looptijd van 30 jaar. Voor de lening is de door de partner geen zekerheid gesteld, wel geldt een jaarlijks rentepercentage van 9% met een rentevastperiode van 15 jaar.

Gezamenlijke aangifte
Bij de gezamenlijke aangifte IB over het jaar 2015 wordt een bedrag van € 24.365 aan betaalde ‘hypotheekrente’ in aftrek gebracht, waarvan 58% (€ 13.010) aan de vrouw wordt toegekend en € 9.402 aan de partner.

Forse aanslag
De inspecteur van de belastingdienst is het hier echter niet mee eens en legt vrouw een forse aanslag op. Volgens de belastingdienst heeft het stel slechts recht op een aftrek van € 12.183 zakelijke rente. Anders dan de vrouw beweert gaat het volgens de fiscus niet om een lening die op zakelijke gronden is verstrekt. Voor een onzakelijke lening vindt de belastingdienst een rentepercentage van 9% te gortig. Voor het jaar 2015 zou een gehanteerde rente van 4,5% eerder zakelijk en marktconform zijn.

Geen zekerheidstelling
Bij de discussie over het gehanteerde rentepercentage stelt de vrouw dat een hoger rentepercentage gerechtvaardigd was omdat er geen zekerheidstelling werd verlang door de vader van de partner. Die wilde dat niet omdat hij met het oog op inkomensvorming mede in het kader van pensioen, de voorkeur gaf aan een hogere rentevergoeding dan aan een overeen te komen zekerheidstelling.

De rechtbank was het niet eens met deze redenering.
Voor de rechtbank onderschreef de visie van de belastinginspecteur dat er juist geen sprake was van een groter risico dat zo’n hoog rentepercentage rechtvaardigde. “Alsdan moet ervan worden uitgegaan dat de ouders van de partner de geldlening onder de overeengekomen voorwaarden hebben verstrekt vanwege de familierelatie met hun zoon. Gelet op het voorgaande is de rechtbank daarom van oordeel dat verweerder (lees “de Belastingdienst”) terecht heeft geconcludeerd dat het rentepercentage van 9% onzakelijk is.”

Gangbaar rentepercentage
Bij het bepalen wat wel een gangbaar rentepercentage is, sluit de rechtbank in haar uitspraak aan bij rentepercentages voor een hypothecaire lening met zekerheid en een rentevaste periode van vijftien jaar. “Verweerder heeft in dit verband stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat de gemiddelde hypotheekrente in het jaar 2015 ongeveer 3% bedroeg voor een looptijd van vijftien jaar. Rekening houdend met de omstandigheid dat de geldlening van de partner niet door zekerheid is gedekt, is verweerder uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%, hetgeen de rechtbank redelijk acht.”

Nota bene: het teveel betaalde is ook nog eens als (belaste) schenking aan pa beoordeeld!

bron: Assurantiemagazine 5/11/2018. Bijgaand de link 

Dus: baseer u bij een familiehypotheek (ook zonder zekerheid) op wat de banken voor een vergelijkbare hypotheek MET zekerheid rekenen. Ga niet veel hoger dan wat banken rekenen.

Veel clienten van ANBF laten de familiehypotheek/lening toetsen bij de belastinginspecteur om zeker te zijn dat de rente marktconform / zakelijk is. De belastinginspecteur reageert meestal schriftelijk op een ingediend verzoek.

In haar reacties geeft de Belastingdienst aan dat een marktconforme rente voor een lening zonder hypothecaire zekerheid anders is dan de marktconforme rente voor een lening met hypothecaire zekerheid.

Onderstaand een veel gebruikte tekst door de inspecteur:

….de rente die banken berekenen is een rente die bepaald is voor een lening met hypothecaire zekerheid. Als de geldnemer niet aan zijn/haar verplichtingen kan voldoen kan de geldgever het onderpand verkopen en loopt dus minder risico. Als u een onderhandse lening aangaat en deze wordt niet via een notaris ingeschreven in het hypotheekregister (toevoeging redactie: van het Kadaster) is deze zekerheid er niet. De geldgever loopt dan een hoger risico. Voor het bepalen van de marktconforme rente moet dan worden gekeken naar de rente die banken en kredietverstrekkers hanteren voor een soortgelijke lening (zonder zekerheid). Voor dit soort leningen ligt de rente op dit moment tussen de 4-8 procent…

Met een duidelijke waarschuwing:

…wanneer een te lage (toevoeging redactie: of te hoge) rente is berekend kan de Belastingdienst het verschil tussen de gestelde en de werkelijke rente zien als een schenking….

Dus: sluit en familiehypotheek met hypothecaire zekerheid dan dient u zich voor een marktconforme rente te baseren op de rentes van vergelijkbare hypotheken. Als u een lening zonder hypothecaire zekerheid sluit dan moet u een rente hanteren vergelijkbaar met een krediet zonder zekerheid (lees consumptief krediet).

Voorkom problemen: laat u adviseren door ANBF als een een onderhandse lening afsluit binnen de familie (of een lening met hypothecaire zekerheid). Als u een aanvraag voor leningovereenkomst aangaat controleren wij uw aanvraag op mogelijke problemen en geven u direct advies (via e-mail).

Regel uw familiehypotheek door eerst de leningovereenkomst via ANBF op te stellen en deze vervolgens door de notaris te laten voorzien van een akte van hypotheek.

Wilt u ook bij de Belastingdienst toetsen of de door u gekozen rente voor uw familiehypotheek zakelijk is?  Zorg dan bij uw verzoek om de juiste vragen te stellen en de juiste toelichting te geven. ANBF helpt hierbij, uw notaris niet en uw hypotheekadviseur ook niet.

 

 

 

 

 

 

Naast de aflossingseis geldt sinds 1 januari 2013 voor nieuwe leningen met een aflossingsverplichting die zijn aangegaan voor de eigen woning ook een informatieplicht aan de fiscus omtrent de voorwaarden van de lening (rente, looptijd, etc.). Deze informatieplicht geldt, samengevat, alleen in de situatie als de lening niet is aangegaan bij een bank, maar bijvoorbeeld bij een familielid of bij een eigen besloten vennootschap. De geldnemer voldoet aan deze informatieplicht door de lening op te geven de aangifte inkomstenbelasting

U moet onder andere de volgende gegevens aan de Belastingdienst doorgeven:

  • de naam en adresgegevens van u als leningnemer
  • de naam en adresgegevens van de geldlener (leningverstrekker)
  • uw burgerservicenummer
  • het burgerservicenummer of Buitenlands Fiscaal identificatienummer van de leningverstrekker (TIN)
  • de startdatum van de lening
  • de hoogte van het bedrag
  • de looptijd in maanden
  • het rentepercentage
  • de manier van aflossen (annuïtair of lineair)

De informatieplicht geldt ook voor wijzigingen in leningen! Denk hierbij aan wijzigingen in de looptijd en/of rente, maar ook de nieuwe restschuld na een extra aflossing.

 

Vrijstellingen voor erfbelasting 2018

Als je een erfenis krijgt, is de kans groot dat je erfbelasting moet betalen. Maar alleen als het bedrag van de erfenis hoger is dan jouw vrijstelling.

Ben je: Dan is jouw vrijstelling:
Gehuwd / geregistreerd partner / ongehuwd samenwonend 643.194,-
Kind met ziekte of handicap € 61.106,-
(Pleeg-)Kind € 20.371,-
Kleinkind € 20.371,-
Ouder € 48.242,-
Overig (zoals een broer of zus) 2.147,-

Vrijstellingen voor schenkbelasting 2018

Als je een schenking krijgt, is de kans groot dat je schenkbelasting moet betalen. Maar alleen als het bedrag van de schenking hoger is dan jouw vrijstelling.

Ben je: Dan is jouw vrijstelling:
(Pleeg-)Kind € 5.363,-
Per jaar mogen je ouders jou (en je broers en zussen) € 5.363,- belastingvrij schenken. Je hoeft hiervan geen aangifte te doen. Is het bedrag van de schenking hoger dan deze vrijstelling, dan moet dat wel.
Kind tussen 18 en 40 jaar Eenmalig € 25.731,- of € 53.602,-
Ben je tussen de 18 en 40 jaar oud, dan mogen je ouders jou eenmalig belastingvrij een hoger bedrag schenken. Dit bedrag is in principe € 25.731,-. Maar als je het geschonken bedrag gebruikt voor de betaling van een dure studie of opleiding, dan is de vrijstelling € 53.602,-.
Ontvanger tussen 18 en 40 jaar Eenmalig € 100.800,- (‘Jubelton’)
Ben je tussen de 18 en 40 jaar oud, dan mag iemand (ouders, familielid of geheel iemand anders) jou eenmalig belastingvrij een hoger bedrag schenken van € 100.800,-. De ontvanger moet de schenking dan wel gebruiken voor de aankoop of de verbouwing van een eigen woning. Ook mag de eigenwoningschuld of een restschuld van een verkochte eigen woning ermee worden afgelost. Deze eenmalig verhoogde vrijstelling geldt ook als in plaats van een bedrag een eigen woning wordt geschonken.De schenking mag ook worden verkregen van een ander familielid of van een derde. De ontvanger moet wel tussen de 18 en 40 jaar te zijn.

Deze vrijstelling kan onder voorwaarden gespreid over 3 opeenvolgende jaren benut worden. De geschonken bedragen moeten uiterlijk in het 2e kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de 1e schenking is gedaan worden aangewend voor de eigen woning. De termijn voor het opleggen van de aanslag is met 2 jaar verlengd en vastgesteld op 5 jaar.

Overig (zoals een kleinkind) € 2.147,-
Dit bedrag mag jaarlijks belastingvrij worden geschonken. Hiervan hoef je dus geen aangifte te doen. Is het bedrag van de schenking hoger dan deze vrijstelling, dan moet dat wel.

NB: Van de hogere (eenmalige) schenkingen moet je wel aangifte doen. Daarbij moet je een beroep doen op de verhoogde vrijstelling.

Overgangsrecht bij eenmalige € 100.800,- (‘Jubelton’)

Heb je als ouder aan je kind al eerder een schenking gedaan waarbij je kind een beroep heeft gedaan op een eenmalige verhoogde vrijstelling in verband met een eigen woning? Dan moet je opletten, want niet in alle gevallen kun je nu de vrijstelling van € 100.800,- nog gebruiken of aanvullen. Er zijn 3 situaties denkbaar waar ‘overgangsrecht‘ voor geldt:

  1. Ontvanger heeft alleen vóór 2010 de eenmalig verhoogde vrijstelling benut
    Je kunt in 2018 aanvullend maximaal € 27.871 vrijgesteld schenken waarvan € 5.363 ter vrije besteding.
  2. Ontvanger heeft in 2010, 2011, 2012, 2013 of 2014 een beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling
    Je kunt in 2018 geen schenking doen met toepassing van de verhoogde vrijstelling van maximaal € 100.800. Voor deze groep geldt geen inhaalmogelijkheid.
  3. Ontvangers die in 2015 of 2016 gebruik hebben gemaakt van een verhoogde vrijstelling
    Voor schenkingen met de oude verhoogde vrijstelling in 2015 (€ 52.752) of 2016 (€ 53.016) geldt in 2018 een aanvullende vrijstelling van € 47.198, waarvan € 5.363 ter vrije besteding. De totale vrijstelling komt voor de ontvangers zo uit op € 100.000.
    Er moet wel worden geschonken vóór 1 januari 2019.

Tarieven voor erfbelasting 2018 en schenkbelasting 2018

Is het bedrag van de erfenis of schenking hoger dan de vrijstelling, dan is het meerdere belast met erfbelasting of schenkbelasting. Dit meerdere heet dan ook een ‘belaste verkrijging’.

Ben je: dan betaal je over het gedeelte tot € 123.248,- dan betaal je over het gedeelte vanaf € 123.248,-
Gehuwd / geregistreerd partner /ongehuwd samenwonend 10% 20%
Wanneer je als ongehuwd samenwonende erft van je partner, moet je wel aan enkele voorwaarden voldoen om een beroep te kunnen doen op de vrijstelling van € 643.194,- en de tarieven van 10/20% (o.a. minimaal zes maanden op hetzelfde woonadres staan ingeschreven).
Ben je: dan betaal je over het gedeelte tot € 123.248,- dan betaal je over het gedeelte vanaf € 123.248,-
(Pleeg-)Kind 10% 20%
Kleinkind 18% 36%
Overig (zoals een ouder, broer of zus) 30% 40%

Bijvoorbeeld:

Je erft € 250.000 van je ouders. Daarvoor heb je een vrijstelling van € 20.371.
Het bedrag dat belast wordt is dan (€ 250.000 – € 20.371 =) € 229.629. Over het deel tot € 123.248 betaal je 10% en over de rest, € 106.381, betaal je 20%. Totaal moet je dan € 12.324 + € 21.276 = € 33.600 erfbelasting betalen.

Als u heeft geld op de bank staan en u besluit het uit te lenen aan uw kind dan hoeft u de ontvangen rente niet op te geven als inkomsten bij de belastingaangifte.

Uw spaargeld is vermogen in Box 3. Als u het geld uitleent aan uw kind blijft het vermogen in Box 3. Er verandert niets.

De Belastingdienst heft over dit vermogen een belasting van 30% over het ingeschatte rendement. Vanaf 2017 is dit in schijven opgedeeld.

De Belastingdienst gaat ervan uit dat u meer rendement op uw vermogen behaalt naarmate u meer vermogen hebt. Ook gaat zij ervan uit dat u bij een hoger vermogen meer belegt dan spaart. Bij iedere volgende schijf gebruikt zij daarom een hoger percentage om het rendement over uw vermogen te berekenen.

In de tabel hieronder ziet u hoe de schijven zijn opgebouwd.

Tabel berekening rendement op vermogen over 2017

Schijf Uw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,39%
Percentage
gemiddeld
rendement
1 Tot en met € 75.000 67% 33% 2,871%
2 Vanaf € 75.001 tot en met € 975.000 21% 79% 4,600%
3 Vanaf € 975.001 0% 100% 5,39%

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/belasting_betalen_over_uw_vermogen/grondslag_sparen_en_beleggen/berekenen_belasting_over_uw_inkomsten_uit_vermogen_vanaf_2017

Er geldt een heffingsvrij vermogen van €25.000.

Over het berekende rendement betaalt u altijd 30% inkomstenbelasting.