Bij ANBF krijgen we vaak het verzoek om in de leningovereenkomst een bedrag afsluitprovisie op te nemen.

In het Besluit Wob-verzoek beleid en uitvoering familiebank, 21 april 2021 stelt de Belastingdienst: “Het berekenen van afsluitprovisie is alleen aanvaardbaar als ter zake reële kosten zijn gemaakt”.

Wij adviseren cliënten -indien ze dit willen- hiervoor een aparte factuur en specificatie te maken waaruit blijkt dat geldgever hiervoor werkzaamheden heeft verricht of laten verrichten en daadwerkelijk kosten heeft gemaakt.

Het Besluit Wob-verzoek beleid en uitvoering familiebank, 21 april 2021 bevat standpunten van de Belastingdienst over de toelaatbare hoogte van de rente van een famlielening/familiehypotheek. Het is geen gemakkelijke tekst en de Belastingdienst onthoudt zich wederom van exacte percentages waardoor het toch weer moeilijk voor een consument is de juiste rente te kiezen. Toch willen we onze lezers graag informeren. Onderstaand een interpretatie van de inhoud:

  • Tegen een lagere rente dan die van reguliere geldverstrekkers wordt niet snel bezwaar gemaakt. In dat kader wordt gewezen op de omstandigheid dat de verstrekker van de familielening belang kan hebben bij een hogere rente dan de (negatieve) spaarrente.
  • Er wordt expliciet afstand genomen van de 6%-rente regel die door sommige “experts” wordt genoemd. De 6% regel is opgenomen in de Successiewet uit 1956 en geldt voor de waardering van genotsrechtelijke en periodieke uitkeringen. De Belastingdienst acht deze niet relevant voor het bepalen van de hoogte van een lening tussen familieleden
  • Ook de vergelijking met de rente voor persoonlijke leningen gaat mank omdat dit volgens de Belastingdienst andere leningen zijn (consumptieve besteding zonder mogelijkheid van verhaal bij wanbetaling). Bij een financiering van een woning is verhaal makkelijker mogelijk en kunnen dus lagere rentes worden gehanteerd dan de rentes voor een doorlopend krediet (denk aan percentages vergelijkbaar met hypotheek maar dan met een opslag voor het ontbreken van een zekerheid).
  • De betaalde rente is aftrekbaar indien het gekozen rentepercentage een reële rentevergoeding is voor de lening. Een reële rente is wat onder vergelijkbare omstandigheden met een onafhankelijke derde als rente wordt overeengekomen, zoals het gangbare rentepercentage voor een lening bij een bank.
  • De Belastingdienst gaat zonder meer akkoord met een opslag van 0,2% boven het tarief van een vergelijkbare lening bij een bank omdat vaak in de (familie)leningovereenkomst is opgenomen dat boetevrij kan worden afgelost. Dit is een opslag die in de rente verwerkt kan worden. Deze clausule zie je zelden bij leningen van een bank (en dus mag rente familielening hoger zijn dan vergelijkbare lening van bank).
  • Als de gekozen rente nog hoger is dan moet daarvoor een duidelijke reden zijn die blijkt uit de zekerheden of het risicoprofiel van de geldnemer. Dit moet per lening worden beoordeeld (zie toets).
  • Indien er een substantieel risico is dat een kind zijn betaalverplichtingen niet na zou kunnen komen, is er een rechtvaardiging voor een hogere rente. De omstandigheid dat er geen formele zekerheden zijn overeengekomen, rechtvaardigt geen opslag als die zekerheden wel beschikbaar/mogelijk zijn. Bij het ontbreken van formele zekerheden moet het risico voor de geldgever materieel worden getoetst.
  • Voor de situatie waarin de bank bijvoorbeeld 70% financiert en het eerste recht van hypotheek heeft gekregen, terwijl de ouders de resterende 30% verstrekken, geeft het Besluit als voorbeeld een opslag van 1%. Het is een voorbeeld…helaas geen regel. We moeten dus op zoek naar de opslag die een bank zou hebben voor een dergelijke clausule of zelf iets kiezen en hopen dat Belastingdienst akkoord gaat.
  • Rente-aftrek is niet mogelijk als is overeengekomen dat de betaalde rente wordt verrekend met een (of meerdere) schenking(en). De Belastingdienst ziet de lening vervolgens als een renteloze lening!
  • Als niet schriftelijk kan worden aangetoond dat een rentebetaling is gedaan (bijvoorbeeld doordat deze is verrekend met een schenking) kan de rente-aftrek worden geweigerd.
  • Kan de Belastinginspecteur terugkomen op een eerdere goedkeuring van een rente of moet de consument er op kunnen vertrouwen dat een eerdere goedkeuring blijft gelden? Nou, dat verschilt per situatie. Dus: ja hij kan er op terug komen!
  • En….tussentijdse toetsing van de rente door de Belastingdienst is mogelijk bij extra aflossingen of rentewijzigingen/overlsuitingen!
  • Gelden deze regels ook voor de lening van de bv aan de dga? Ja!

Hoe toetst de Belastingdienst om te bepalen of de rente van een lening aftrekbaar is?

  • toets 1: is er sprake van een geldlening? Er moet een overeenkomst zijn met een terugbetalingsverplichting. Let op: een leningovereenkomst met een clausule erin dat de rente wordt teurg geschonken ziet de Belastingdienst als een renteloze lening!
  • toets 2: wordt voldaan aan de eisen van de Wet IB2001? Dit zijn de bekende eisen (na 1/1/2013); de lening wordt gebruikt voor de eigen woning, looptijd maximaal 30 jaar met minimaal een annuitair of lineair aflossingsschema.
  • toets 3: is de betaalde rente ook echt rente of heeft deze betrekking op andere rechten of plichten. Als dergelijke privileges zoals bijvoorbeeld boetevrij aflossen tot niet meer dan 0,2% verhoging leiden van de rente is verder uitzoekwerk niet nodig
  • toets 4: Deze bestaat uit 3 stappen
    • stap 1. wat is het gangbare rentepercentage voor een vergelijkbare lening die onder marktomstandigheden bij een bank wordt afgesloten?
    • stap 2: in welke mate is het verschil in rente met de familielening of familiehypotheek reel en gerechtvaardigd door zakelijke overwegingen? Als de lening alleen zonder hypothecaire zekerheid kan worden overeengekomen is een opslag acceptabel. Let op: Als die hypothecaire zekerheid wel had kunnen worden afgesproken maar toch is gekozen voor een onderhandse lening is de opslag al niet acceptabel! Als de lening is vertrekt aan een geldnemer met een hoog risicoprofiel is een hogere rente mogelijk acceptabel. NB Belastingdienst noemt een hoge LTV niet, maar o.i. is dat ook een factor.
    • stap 3: bepaal het bovenmatige deel en beoordeel of er sprake kan zijn van een schenking….

Let op: dit is een interpretatie van de tekst uit het document en geen zekere regels! ANBF kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van het gebruikt maken van de hier beschreven zaken.

Feest! In 2021 gelden er tijdelijk hogere schenkingsvrijstellingen voor schenken aan kinderen en aan anderen. Beide vrijstellingen worden tijdelijk met € 1.000 verhoogd. Na toepassing van de inflatiecorrectie komt de vrijstelling voor schenkingen door ouders aan kinderen in 2021 daarmee op € 6.604. De vrijstelling voor schenkingen aan anderen (kleinkinderen, neefjes, nichtjes, derden) wordt € 3.244 in 2021. Let op: vanaf 2022 vervalt de verhoging weer. De verhoging vindt plaats naar aanleiding van een ingediend amendement tijdens de behandeling van het belastplan 2021 in de Tweede Kamer. De indieners vinden dat de overheid er alles aan gelegen is om om ondernemers tijdens de huidige COVID-19 crisis de mogelijkheid te bieden tot het verkrijgen van meer liquide middelen.

Op de internetsite van ABN AMRO staat een zeer interessant artikel over de problematiek rond erf- en schenkbelasting bij verkoop van de woning door ouders aan kinderen. Met dank aan de auteur Tjarko Denekamp (link artikel: https://financialfocus.abnamro.nl/expertise/schenken-woning-en-woz-waarde/). Onderstaand de tekst van het artikel met een redactionele aanvulling t.a.v. de overdrachtsbelasting

Voor de schenk- en erfbelasting is de WOZ-waarde voor woningen het uitgangspunt. Dat levert soms ingewikkelde vraagstukken op als de werkelijke waarde van de woning niet gelijk is aan WOZ-waarde. Er is een discussie gesloten, maar nieuwe discussies zijn geopend.


Een kwijtschelding op de koopsom
In de rechtspraak heeft zich deze (vereenvoudigd weergegeven) situatie voorgedaan:
Een ouder bezit een woning met taxatiewaarde van € 200.000 en wil deze verkopen aan zijn kind. De WOZ-waarde is € 225.000. Verkoopt de ouder de woning voor € 200.000? Dan is er geen sprake van een schenking. De woning gaat immers voor de werkelijke waarde over. Maar stel nu dat de ouder direct een kwijtschelding doet op de koopsom van € 15.000. Feitelijk neemt het kind de woning over voor € 185.000. Dit is natuurlijk een schenking en het kind komt in de schenkbelasting terecht. De Belastingdienst meende dat voor de omvang van de schenking naar de WOZ-waarde moest worden gekeken. Dat zou hier een schenking opleveren van € 40.000 (verschil tussen € 225.000 en € 185.000). Ouder en kind meenden dat de schenking € 15.000 was, de daadwerkelijke kwijtschelding. Inmiddels heeft onze hoogste rechter, de Hoge Raad, uitspraak gedaan over deze situatie. De conclusie is dat de schenking € 15.000 is. Hier is namelijk een schenking van geld aan de orde en niet een schenking van de woning zelf. Kortom, deze discussie kunnen we sluiten.

Stijgende prijzen van woningen
Enkele jaren geleden kwam het vaak voor dat de werkelijke waarde van een woning lager was dan de WOZ-waarde. Inmiddels zien we geregeld de omgekeerde situatie weer: de werkelijke waarde is hoger dan de WOZ-waarde. Stel dat u in deze situatie zit en u de woning wil overdragen aan uw kind voor de WOZ-waarde. Hoe pakt dat uit voor de schenkbelasting? Hier openen zich nieuwe discussies.

Schenken van een woning
Als u de woning zou schenken, is er geen discussie. Voor de schenkbelasting geldt dan de WOZ-waarde. Het is immers een schenking van de woning. Let er op dat voor de overdrachtsbelasting de werkelijke waarde geldt. De overdrachtsbelasting komt in mindering op de schenkbelasting voor zover er wordt geheven over dezelfde waarde en voor zover er geen vrijstelling geldt voor de schenkbelasting.
Omdat woningen vaak een grote waarde vertegenwoordigen, komt het niet vaak voor dat de hele woning geschonken wordt. Meestal willen ouders een deel van de waarde houden. Met een kwijtschelding op de koopsom, kunnen zij de woning overdragen met een ‘korting’. Maar hoe zit dat voor de WOZ-waarde?

Verkopen en kwijtschelden op de koopsom
In het hiervoor genoemde voorbeeld is de woning verkocht voor € 200.000 en bedroeg de kwijtschelding € 15.000. De conclusie was dat dit een schenking is van geld. Stel nu dat kwijtschelding veel groter is. Kan er dan een moment komen waarop we moeten zeggen: dit is niet meer de schenking van geld maar de schenking van een woning? Dan zou voor de berekening van de schenkbelasting de WOZ-waarde het uitgangspunt zijn. Er is wel eens geopperd dat een kwijtschelding van 50% of meer van de werkelijke waarde een mooie praktische vuistregel zou kunnen zijn. Of dat ook zo is, moet nog blijken. Hof Amsterdam heeft over een dergelijke situatie moeten oordelen en besliste anders (schenking van geld bij een kwijtschelding van 56%). Het is aan de Hoge Raad om een definitief oordeel te geven.

Verkoop tegen te lage prijs
Een andere vraag die is opgekomen, is hoe het uitpakt als de woning wordt verkocht voor een prijs die minder is dan de werkelijke waarde. Stel een woning met een werkelijke waarde van € 225.000 en een WOZ-waarde van € 200.000 wordt verkocht voor € 185.000. Is dat een schenking van € 40.000 of van € 15.000? Is dit een schenking van geld of van de woning?

Ik denk dat we hier een schenking hebben van € 40.000. Dat er dus sprake is van een schenking van geld en we dus moeten kijken naar de werkelijke waarde van de woning. Immers, het zou toch vreemd zijn als twee routes die zo op elkaar lijken andere gevolgen hebben? Maar in het eerste hiervoor genoemde voorbeeld lijkt een lagere rechter van de andere mogelijkheid te zijn uitgegaan. De Hoge Raad heeft in zijn arrest over de kwijtschelding jammer genoeg geen aandacht besteed aan deze variant. Het is dus afwachten of en wanneer deze situatie onze hoogste rechter bereikt en hoe dan de beslissing uitvalt.

Noot redactie: En voor welk bedrag moet 2% aan overdrachtsbelasting worden afgerekend? Is dit €225.000, €200.000 of €185.000? Let op bij de notariskeuze en overleg met de notaris.

Aanvulling redactie: de regel voor de overdrachtsbelasting is dat deze wordt berekend over de waarde in het economisch verkeer. Hierover is ook de nodige discussie.

Als de ouders en kinderen zijn overeengekomen middels een koopovereenkomst dat de woning voorde WOZ-waarde zal worden verkocht (wat tegenwoordig toch wel een goede weergave vormt van de woningwaarde) en zo ook geen sprake is van een schenking van ene naar andere zijde zou je denken dat alles duidelijk. Niet altijd zo blijkt.

Veel notariskantoren nemen de waarde van de koopovereenkomst over voor de overdrachtsbelasting. Maar niet alle notarissen! Een enkeling eist een taxatierapport van minder dan 6 maanden oud om de overdrachtsbelasting op te baseren. Hij zadelt hiermee de ouders en kinderen op met extra kosten voor een taxatierapport en mogelijk extra ovedrachtsbelasting. Let dus op bij uw notariskeuze!

Het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’, dat als doel heeft om fiscaal gedreven belastinguitstel door directeur-grootaandeelhouders (dga’s ) te ontmoedigen, wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. Dga’s hebben zo meer tijd, tot eind 2023, om zich voor te bereiden en schulden aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden) af te lossen. Circa 11.000 ondernemers hebben profijt van deze maatregel.

jaaropgaaf over 2019?

Wij ontvangen veel e-mails over de jaaropgaaf 2019. Deze is op 2 januari als e-mail verzonden naar de geldgever. De geldgever heeft het document ook beschikbaar in zijn/haar “on-line dossier”. Als het niet lukt om de geldgever te bereiken of de geldgever niet in staat is om het document aan u te verzenden, stuur dan even een e-mail naar info@anbf.nl. Wij verzenden het document dat alsnog naar de geldnemer.



Als de financiering van de verbouwing een eigenwoningschuld is en u de hypotheekrente in aftrek wilt brengen in uw belastingaangifte, is het belangrijk dat u rekening houdt met het volgende. De hypotheekrente, die u betaalt op de eigenwoningschuld, is alleen aftrekbaar op uw inkomsten uit werk en woning in box 1 als de verbetering of het onderhoud van de woning met schriftelijke bescheiden (zoals bonnetjes en aankoopbewijzen) is aan te tonen. De Hoge Raad heeft in een recent arrest uitspraak gedaan over de bewaartermijn van deze schriftelijke bewijsstukken.

Uitspraak Hoge Raad: geen termijn voor bewaren schriftelijk bescheiden
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er géén termijn is voor het bewaren van de schriftelijke bescheiden van het onderhoud of verbetering van de eigen woning. Dit betekent dat de Belastingdienst altijd nog aan u kan vragen om de schriftelijke bescheiden aan te leveren. Indien de Belastingdienst de bewijsstukken opvraagt en u niet (meer) beschikt over deze schriftelijke bescheiden, is de hypotheekrente in zoverre niet aftrekbaar in uw belastingaangifte.

Bovendien oordeelt de Hoge Raad dat het feit dat de Belastingdienst de desbetreffende hypotheekrenteaftrek in andere jaren wel volgt, niet betekent dat je er op mag vertrouwen dat dit ook voor andere jaren geldt. Dit is alleen anders als de Belastingdienst een expliciet standpunt heeft opgenomen over de hypotheekrenteaftrek inzake de kosten van de verbouwing.

Dus: bewaar alle (betaal)gegevens en zorg voor een goede documentatie en administratie.
Ook is het raadzaam om alle (betaal)gegevens overzichtelijk en langdurig te bewaren.

Bron: nieuwsbrief BDO

Vermogenden die een maas in de regeling voor het belastingvrij schenken voor de aankoop van een woning denken te hebben gevonden, zouden weleens bedrogen uit kunnen komen. De Belastingdienst beschouwt kruislingse schenkingen als schenkingen van de ouders aan het eigen kind. Als dat de tweede schenking is, wordt schenkbelasting geheven. Dat zegt staatssecretaris Menno Snel over een contactadvertentie waarin vermogenden zoeken naar andere schenkouders om onder die belasting uit te komen.

In Arts & Auto dook vorige maand een advertentie op waarin vermogenden op zoek zijn naar andere rijke ouders om twee keer belastingvrij een ton (€ 102.010) te kunnen schenken voor de eigen woning. Een keer aan de eigen kinderen, de tweede keer aan het kroost van het andere ouderpaar. De constructie zou via de notaris worden vastgelegd en gebruikmaken van een maas in de regeling voor het belastingvrij schenken.

Vrijstelling niet gehonoreerd

Staatssecretaris Snel geeft aan dat kinderen van ouders die zo’n constructie optuigen, weleens bedrogen uit kunnen komen. Bij kruislings schenken zal het beroep op de vrijstelling niet worden gehonoreerd, schrijft de staatssecretaris. “Ik acht het gebruik van kruislingse schenkingen ten einde de verhoogde vrijstelling schenkbelasting voor de eigen woning voor een tweede maal te verkrijgen ongewenst en de toepassing van de vrijstelling in een dergelijk geval in strijd met de letter en geest van de Successiewet 1956.”

Schenking aan eigen kind

Al bij invoering van de tijdelijke verruiming van de vrijstelling van schenkbelasting voor de eigen woning, hield men rekening met het ontstaan van fiscale sluipwegen om de vrijstelling meer dan één keer toe te passen, aldus Snel. De Belastingdienst is daar echter alert op. Als de fiscus kruislingse schenkingen constateert, worden de schenkingen beschouwd als schenkingen aan het eigen kind. Consequentie daarvan is dat schenkbelasting bij het kind wordt geheven als al eerder een beroep is gedaan op de vrijstelling.

Onvoorwaardelijk

Snel legt in de beantwoording van de Kamervragen uit dat door de overeenkomst die de ouders sluiten de ouder verarmt en het kind verrijkt. In de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting staat dat een schenking onvoorwaardelijk moet worden gedaan. “Op het moment dat de ene ouder met de andere ouder overeenkomt dat hij diens kind een schenking doet onder voorwaarde dat deze ouder ook zijn kind een schenking doet, is deze niet onvoorwaardelijk en is de schenkvrijstelling ook om die reden niet van toepassing”, aldus de staatssecretaris.

Regeling blijft ongewijzigd

Snel ziet geen reden om de schenkingsregeling te wijzigen. Er is in 2017 volgens hem bewust gekozen voor een ruimere toepassing dan de ouder-kindrelatie. Niet elke ouder kan zijn kind schenken voor de eigen woning. Daarom wil Snel dat ook een ander familielid kan helpen. Om kruislings schenken tegen te gaan is een wijziging niet nodig. Daar ziet de Belastingdienst nu al op toe, stelt hij.

Bron: AMWEB, link:https://www.amweb.nl/financiele-planning/nieuws/2019/03/snel-kruislings-schenken-ongewenst-en-in-strijd-met-wet-101115811?utm_source=Vakmedianet&utm_medium=email&utm_campaign=20190312-am-signalen-flash&tid=TIDP639011XC1A5FFE5AE8D41DAB42A5F1629F27B8DYI4

Een vrouw die in verweer kwam tegen een naheffing van de belastingdienst voor teveel opgevoerde hypotheekrente hoeft niet te rekenen op teruggave. De rechtbank Den Haag oordeelde eind vorige maand dat de 9% hypotheekrente die de vrouw opvoerde bij haar belastingaangifte op dat moment niet gangbaar was. Een rentepercentage van 4,5% acht de rechtbank redelijker.

De rechtbank vond 9% rente op onzakelijke ‘hypotheek’ te gortig.
Het draait in de zaak om de woning waar de vrouw sinds eind 2015 met haar partner woont. Die heeft begin dat jaar voor de aankoop van de woning een annuïtaire geldlening van ruim € 271.000 bij zijn ouders gesloten met een looptijd van 30 jaar. Voor de lening is de door de partner geen zekerheid gesteld, wel geldt een jaarlijks rentepercentage van 9% met een rentevastperiode van 15 jaar.

Gezamenlijke aangifte
Bij de gezamenlijke aangifte IB over het jaar 2015 wordt een bedrag van € 24.365 aan betaalde ‘hypotheekrente’ in aftrek gebracht, waarvan 58% (€ 13.010) aan de vrouw wordt toegekend en € 9.402 aan de partner.

Forse aanslag
De inspecteur van de belastingdienst is het hier echter niet mee eens en legt vrouw een forse aanslag op. Volgens de belastingdienst heeft het stel slechts recht op een aftrek van € 12.183 zakelijke rente. Anders dan de vrouw beweert gaat het volgens de fiscus niet om een lening die op zakelijke gronden is verstrekt. Voor een onzakelijke lening vindt de belastingdienst een rentepercentage van 9% te gortig. Voor het jaar 2015 zou een gehanteerde rente van 4,5% eerder zakelijk en marktconform zijn.

Geen zekerheidstelling
Bij de discussie over het gehanteerde rentepercentage stelt de vrouw dat een hoger rentepercentage gerechtvaardigd was omdat er geen zekerheidstelling werd verlang door de vader van de partner. Die wilde dat niet omdat hij met het oog op inkomensvorming mede in het kader van pensioen, de voorkeur gaf aan een hogere rentevergoeding dan aan een overeen te komen zekerheidstelling.

De rechtbank was het niet eens met deze redenering.
Voor de rechtbank onderschreef de visie van de belastinginspecteur dat er juist geen sprake was van een groter risico dat zo’n hoog rentepercentage rechtvaardigde. “Alsdan moet ervan worden uitgegaan dat de ouders van de partner de geldlening onder de overeengekomen voorwaarden hebben verstrekt vanwege de familierelatie met hun zoon. Gelet op het voorgaande is de rechtbank daarom van oordeel dat verweerder (lees “de Belastingdienst”) terecht heeft geconcludeerd dat het rentepercentage van 9% onzakelijk is.”

Gangbaar rentepercentage
Bij het bepalen wat wel een gangbaar rentepercentage is, sluit de rechtbank in haar uitspraak aan bij rentepercentages voor een hypothecaire lening met zekerheid en een rentevaste periode van vijftien jaar. “Verweerder heeft in dit verband stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat de gemiddelde hypotheekrente in het jaar 2015 ongeveer 3% bedroeg voor een looptijd van vijftien jaar. Rekening houdend met de omstandigheid dat de geldlening van de partner niet door zekerheid is gedekt, is verweerder uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%, hetgeen de rechtbank redelijk acht.”

Nota bene: het teveel betaalde is ook nog eens als (belaste) schenking aan pa beoordeeld!

bron: Assurantiemagazine 5/11/2018. Bijgaand de link 

Dus: baseer u bij een familiehypotheek (ook zonder zekerheid) op wat de banken voor een vergelijkbare hypotheek MET zekerheid rekenen. Ga niet veel hoger dan wat banken rekenen.

Naast de aflossingseis geldt sinds 1 januari 2013 voor nieuwe leningen met een aflossingsverplichting die zijn aangegaan voor de eigen woning ook een informatieplicht aan de fiscus omtrent de voorwaarden van de lening (rente, looptijd, etc.). Deze informatieplicht geldt, samengevat, alleen in de situatie als de lening niet is aangegaan bij een bank, maar bijvoorbeeld bij een familielid of bij een eigen besloten vennootschap. De geldnemer voldoet aan deze informatieplicht door de lening op te geven de aangifte inkomstenbelasting

U moet onder andere de volgende gegevens aan de Belastingdienst doorgeven:

  • de naam en adresgegevens van u als leningnemer
  • de naam en adresgegevens van de geldlener (leningverstrekker)
  • uw burgerservicenummer
  • het burgerservicenummer of Buitenlands Fiscaal identificatienummer van de leningverstrekker (TIN)
  • de startdatum van de lening
  • de hoogte van het bedrag
  • de looptijd in maanden
  • het rentepercentage
  • de manier van aflossen (annuïtair of lineair)

De informatieplicht geldt ook voor wijzigingen in leningen! Denk hierbij aan wijzigingen in de looptijd en/of rente, maar ook de nieuwe restschuld na een extra aflossing.