Wijzigingen in looptijd, rentepercentage of aflossingsvorm bij lopende familiehypotheek opgeven in belastingaangifte!

Naast de aflossingseis geldt sinds 1 januari 2013 voor nieuwe leningen met een aflossingsverplichting die zijn aangegaan voor de eigen woning ook een informatieplicht aan de fiscus omtrent de voorwaarden van de lening (rente, looptijd, etc.). Deze informatieplicht geldt, samengevat, alleen in de situatie als de lening niet is aangegaan bij een bank, maar bijvoorbeeld bij een familielid of bij een eigen besloten vennootschap. De geldnemer voldoet aan deze informatieplicht door de lening op te geven de aangifte inkomstenbelasting

U moet onder andere de volgende gegevens aan de Belastingdienst doorgeven:

  • de naam en adresgegevens van u als leningnemer
  • de naam en adresgegevens van de geldlener (leningverstrekker)
  • uw burgerservicenummer
  • het burgerservicenummer of Buitenlands Fiscaal identificatienummer van de leningverstrekker (TIN)
  • de startdatum van de lening
  • de hoogte van het bedrag
  • de looptijd in maanden
  • het rentepercentage
  • de manier van aflossen (annuïtair of lineair)

De informatieplicht geldt ook voor wijzigingen in leningen! Denk hierbij aan wijzigingen in de looptijd en/of rente, maar ook de nieuwe restschuld na een extra aflossing.

 

Jaaropgave familiehypotheek niet vergeten!

, ,

De jaaropgave voor de familiehypotheek is nodig voor de belastingopgave over 2017.

De jaaropgave bevat:

– de betaalde rente over 2017

– de stand van de (rest)schuld  op 31/12/2017

De geldgever heeft dit document in zijn on-line dossier  (de geldnemer niet). De jaaropgave is ook op op 1 of 2 januari 2018 gemaild naar de geldgever. Vergeet niet de jaaropgave te mailen naar de geldnemer!

 

 

Vrijstellingen en tarieven voor erfbelasting / schenkbelasting 2018

Vrijstellingen voor erfbelasting 2018

Als je een erfenis krijgt, is de kans groot dat je erfbelasting moet betalen. Maar alleen als het bedrag van de erfenis hoger is dan jouw vrijstelling.

Ben je: Dan is jouw vrijstelling:
Gehuwd / geregistreerd partner / ongehuwd samenwonend 643.194,-
Kind met ziekte of handicap € 61.106,-
(Pleeg-)Kind € 20.371,-
Kleinkind € 20.371,-
Ouder € 48.242,-
Overig (zoals een broer of zus) 2.147,-

Vrijstellingen voor schenkbelasting 2018

Als je een schenking krijgt, is de kans groot dat je schenkbelasting moet betalen. Maar alleen als het bedrag van de schenking hoger is dan jouw vrijstelling.

Ben je: Dan is jouw vrijstelling:
(Pleeg-)Kind € 5.363,-
Per jaar mogen je ouders jou (en je broers en zussen) € 5.363,- belastingvrij schenken. Je hoeft hiervan geen aangifte te doen. Is het bedrag van de schenking hoger dan deze vrijstelling, dan moet dat wel.
Kind tussen 18 en 40 jaar Eenmalig € 25.731,- of € 53.602,-
Ben je tussen de 18 en 40 jaar oud, dan mogen je ouders jou eenmalig belastingvrij een hoger bedrag schenken. Dit bedrag is in principe € 25.731,-. Maar als je het geschonken bedrag gebruikt voor de betaling van een dure studie of opleiding, dan is de vrijstelling € 53.602,-.
Ontvanger tussen 18 en 40 jaar Eenmalig € 100.800,- (‘Jubelton’)
Ben je tussen de 18 en 40 jaar oud, dan mag iemand (ouders, familielid of geheel iemand anders) jou eenmalig belastingvrij een hoger bedrag schenken van € 100.800,-. De ontvanger moet de schenking dan wel gebruiken voor de aankoop of de verbouwing van een eigen woning. Ook mag de eigenwoningschuld of een restschuld van een verkochte eigen woning ermee worden afgelost. Deze eenmalig verhoogde vrijstelling geldt ook als in plaats van een bedrag een eigen woning wordt geschonken.De schenking mag ook worden verkregen van een ander familielid of van een derde. De ontvanger moet wel tussen de 18 en 40 jaar te zijn.

Deze vrijstelling kan onder voorwaarden gespreid over 3 opeenvolgende jaren benut worden. De geschonken bedragen moeten uiterlijk in het 2e kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de 1e schenking is gedaan worden aangewend voor de eigen woning. De termijn voor het opleggen van de aanslag is met 2 jaar verlengd en vastgesteld op 5 jaar.

Overig (zoals een kleinkind) € 2.147,-
Dit bedrag mag jaarlijks belastingvrij worden geschonken. Hiervan hoef je dus geen aangifte te doen. Is het bedrag van de schenking hoger dan deze vrijstelling, dan moet dat wel.

NB: Van de hogere (eenmalige) schenkingen moet je wel aangifte doen. Daarbij moet je een beroep doen op de verhoogde vrijstelling.

Overgangsrecht bij eenmalige € 100.800,- (‘Jubelton’)

Heb je als ouder aan je kind al eerder een schenking gedaan waarbij je kind een beroep heeft gedaan op een eenmalige verhoogde vrijstelling in verband met een eigen woning? Dan moet je opletten, want niet in alle gevallen kun je nu de vrijstelling van € 100.800,- nog gebruiken of aanvullen. Er zijn 3 situaties denkbaar waar ‘overgangsrecht‘ voor geldt:

  1. Ontvanger heeft alleen vóór 2010 de eenmalig verhoogde vrijstelling benut
    Je kunt in 2018 aanvullend maximaal € 27.871 vrijgesteld schenken waarvan € 5.363 ter vrije besteding.
  2. Ontvanger heeft in 2010, 2011, 2012, 2013 of 2014 een beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling
    Je kunt in 2018 geen schenking doen met toepassing van de verhoogde vrijstelling van maximaal € 100.800. Voor deze groep geldt geen inhaalmogelijkheid.
  3. Ontvangers die in 2015 of 2016 gebruik hebben gemaakt van een verhoogde vrijstelling
    Voor schenkingen met de oude verhoogde vrijstelling in 2015 (€ 52.752) of 2016 (€ 53.016) geldt in 2018 een aanvullende vrijstelling van € 47.198, waarvan € 5.363 ter vrije besteding. De totale vrijstelling komt voor de ontvangers zo uit op € 100.000.
    Er moet wel worden geschonken vóór 1 januari 2019.

Tarieven voor erfbelasting 2018 en schenkbelasting 2018

Is het bedrag van de erfenis of schenking hoger dan de vrijstelling, dan is het meerdere belast met erfbelasting of schenkbelasting. Dit meerdere heet dan ook een ‘belaste verkrijging’.

Ben je: dan betaal je over het gedeelte tot € 123.248,- dan betaal je over het gedeelte vanaf € 123.248,-
Gehuwd / geregistreerd partner /ongehuwd samenwonend 10% 20%
Wanneer je als ongehuwd samenwonende erft van je partner, moet je wel aan enkele voorwaarden voldoen om een beroep te kunnen doen op de vrijstelling van € 643.194,- en de tarieven van 10/20% (o.a. minimaal zes maanden op hetzelfde woonadres staan ingeschreven).
Ben je: dan betaal je over het gedeelte tot € 123.248,- dan betaal je over het gedeelte vanaf € 123.248,-
(Pleeg-)Kind 10% 20%
Kleinkind 18% 36%
Overig (zoals een ouder, broer of zus) 30% 40%

Bijvoorbeeld:

Je erft € 250.000 van je ouders. Daarvoor heb je een vrijstelling van € 20.371.
Het bedrag dat belast wordt is dan (€ 250.000 – € 20.371 =) € 229.629. Over het deel tot € 123.248 betaal je 10% en over de rest, € 106.381, betaal je 20%. Totaal moet je dan € 12.324 + € 21.276 = € 33.600 erfbelasting betalen.

Als ik een lening verstrek aan mijn kind tegen 4% moet ik dat dan opgeven bij de belasting?

,

Als u heeft geld op de bank staan en u besluit het uit te lenen aan uw kind dan hoeft u de ontvangen rente niet op te geven als inkomsten bij de belastingaangifte.

Uw spaargeld is vermogen in Box 3. Als u het geld uitleent aan uw kind blijft het vermogen in Box 3. Er verandert niets.

De Belastingdienst heft over dit vermogen een belasting van 30% over het ingeschatte rendement. Vanaf 2017 is dit in schijven opgedeeld.

De Belastingdienst gaat ervan uit dat u meer rendement op uw vermogen behaalt naarmate u meer vermogen hebt. Ook gaat zij ervan uit dat u bij een hoger vermogen meer belegt dan spaart. Bij iedere volgende schijf gebruikt zij daarom een hoger percentage om het rendement over uw vermogen te berekenen.

In de tabel hieronder ziet u hoe de schijven zijn opgebouwd.

Tabel berekening rendement op vermogen over 2017

Schijf Uw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,39%
Percentage
gemiddeld
rendement
1 Tot en met € 75.000 67% 33% 2,871%
2 Vanaf € 75.001 tot en met € 975.000 21% 79% 4,600%
3 Vanaf € 975.001 0% 100% 5,39%

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/belasting_betalen_over_uw_vermogen/grondslag_sparen_en_beleggen/berekenen_belasting_over_uw_inkomsten_uit_vermogen_vanaf_2017

Er geldt een heffingsvrij vermogen van €25.000.

Over het berekende rendement betaalt u altijd 30% inkomstenbelasting.

 

kan ik mijn bestaande aflossingsvrije hypotheek bij een bank omzetten naar een familiehypotheek en rente-aftrek behouden?

,

Vanaf 1 januari 2013 zijn de voorwaarden voor renteaftrek aangescherpt. U mag de rente over nieuwe eigenwoningschulden alleen aftrekken als de eigenwoningschuld (lening waarover u de hypotheekrente mag aftrekken) volledig en binnen 360 maanden (30 jaar) minimaal annuïtair wordt afgelost. Deze verplichting moet zijn opgenomen in de leenovereenkomst wat meestal de hypotheek zal zijn.

Ook moet jaarlijks aan deze aflossingsverplichting worden voldaan. Overeenkomsten die verder gaan dan een annuïtair aflossingsschema, zoals een lineaire aflossing, komen eveneens in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek.

De annuitaire aflossingseisen zijn alleen verplicht voor hypotheken die na 1 januari 2013 worden afgesloten. Voor bestaande eigenwoningschulden geldt het overgangsrecht en verandert er na 1 januari 2013 in grote lijnen niets.

U heeft een bestaande eigenwoningschuld als:

  • u op 31 december 2012 in het bezit bent van een woning waarop een hypotheek rust.
  • u in 2012 uw woning heeft verkocht en in 2013 heeft gehuurd. De hypotheekschuld van uw voormalige woning valt onder het overgangsrecht, mits u in 2013 opnieuw een woning heeft gekocht en hiervoor een schuld bent aangegaan.
  • u in 2012 een woning heeft gekocht* en deze in 2013 heeft gefinancierd, ook al is dat voor de eerste keer. U valt dan nog onder het overgangsrecht en u bent dan niet verplicht een eigenwoningschuld met annuïtaire aflossing aan te gaan om recht te hebben op hypotheekrenteaftrek.
  • u in 2012 nog onherroepelijk en schriftelijk met een aannemer een verbouwing bent overeengekomen. Dan valt de daarvoor aangegane schuld nog onder de oude regels, ook als de lening pas in 2013 is afgesloten. De verbouwing moet dan wel in 2013 zijn afgerond.

* Er is sprake van een gekochte woning in 2012 als u uiterlijk 31 december 2012 een onherroepelijke schriftelijke koopovereenkomst bent aangegaan. Die koopovereenkomst mag de gebruikelijke bedingen bevatten, zoals het voorbehoud van financiering en bouwkundige keuring.

De stand van uw eigenwoningschuld op 31 december 2012 is het bedrag dat wordt aangemerkt als bestaande eigenwoningschuld en waarvoor u onder het overgangsrecht valt.

Als u in 2017 uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) aflost, waarover u op dat moment overgangsrecht geniet, dan behoudt u het overgangsrecht over deze aflossing, mits u uiterlijk in 2018 hiervoor weer een nieuwe eigenwoningschuld aangaat. Het is belangrijk hiermee rekening te houden als u bijvoorbeeld uw woning in 2017 verkoopt of indien u van plan bent om de eigenwoningschuld over te sluiten.

scheiding en eigen eigen woningreserve

Als een van de partners in de woning blijft wonen, koopt deze partner het deel van de woning van de andere partner.

Bij een huwelijk in algemene gemeenschap van goederen is dit deel de helft van de woning. De partner die in de woning blijft wonen, hoeft geen rekening te houden met de eigenwoningreserve van de vertrekkende partner.

De maximale eigenwoningschuld neemt toe omdat diegene die in de woning blijft wonen het deel van de woning koopt van de vertrekkende partner.

Bij de vertrekkende partner ontstaat er eventueel wel een vervreemdingssaldo omdat deze partner
de woning verkoopt aan de partner die in de woning blijft wonen. Als de vertrekkende partner binnen drie jaar een woning aankoopt, moet hij dus rekening houden met een eigenwoningreserve.

Wel dient de achterblijvende partner rekening te houden met de regels van eigenwoningrenteaftrek per 1 januari 2013. Indien de scheiding plaatsvindt na 1 januari 2013 krijgt de achterblijvende partner te maken met het overnemen van de schuld van de vertrekkende partner. Dit betreft een `nieuwe` hypotheek, die volgens de tenminste annuïtaire periode van 360 maanden dient te worden afgelost om in aanmerking te blijven komen voor eigenwoningrenteaftrek voor dit deel van de hypotheek.

rentekeuze familiehypotheek : 0% rente, 2% rente, 4% en terugschenken, 6% rente of?

,

Spelen met de rente voor de familiehypotheek

Welke rente spreek je af bij een familiehypotheek?  0% rente mag niet, dat is een schenking naar de geldnemer, 6% of meer mag niet want dat is een schenking richting de geldgever. Bij ANBF hebben we voldoende brieven ontvangen die aangeven dat de Belastingdienst niet akkoord gaat met een rente van 6% voor een familiehypotheek.

De rente moet marktconform en zakelijk zijn, maar er is een marge waarbinnen in de familiesfeer kan worden gevarieerd. De geldgever kan afwijken van het gemiddelde van banken (ca. 20% erboven of eronder). Tevens kan de geldgever in overleg met de geldgever kiezen voor een kortere of langere rentevastperiode. Banken hanteren van 1% hogere rente voor een langere rentevastperiode (30 jaar ipv 10 jaar).

Belangrijk is of de geldgever een deel van de rente wil/kan schenken of dat de geldnemer het meest is geholpen met zo’n laag mogelijke rente. Zo zijn de volgende 2 optie te kiezen voor dezelfde lening:

  • 4% rente en (los daarvan) terugschenking van 2% rente aan de geldnemer. Rentevastperiode lang omdat dan rentes vaak hoger zijn. De geldnemer heeft rente-aftrek over 4%. De rente staat voor 30 jaar vast. Binnen de familiesfeer is het echter wat minder moeilijk om de hypotheek in gezamenlijk overleg over te sluiten naar een ander percentage op een later moment.
  • 2% rente. Dit is de onderkant van de markt (gemiddelde marktrente van aanbieders minus een 20% marge die de geldgever heeft om onder de gemiddelde rente te gaan). De geldgever heeft aftrek over 2% rente. De rentevastperiode is nu 10 jaar.

Ouders en kinderen bepalen samen in hoeverre de rente-inkomsten wel of niet terug geschonken kunnen worden. Soms wordt er al jaarlijks maximaal geschonken en is het slimmer om de laagste rente te kiezen voor de lening aan de kinderen omdat het maximaal belastingvrije schenkingsbedrag al is bereikt. Soms hebben de ouders de rente-inkomsten nodig omdat het (vroegere) spaargeld werd ingezet voor spaarrendement.

Ook zijn er ouders die een extra hypotheek hebben genomen om dit door te kunnen lenen aan hun kind (die niet bij de bank terecht kon). Zij betalen zelf de bankrente en hebben dus minimaal de bankrente nodig.

NB Dit artikel geeft geen enkele garantie dat de Belastingdienst akkoord gaat met de hierboven beschreven rentekeuze. Elke situatie wordt individueel getoetst.

Toets of de rente zakelijk is door de leningovereenkomst te mailen naar de Belastigdienst!

,

Als u zekerheid wilt of de overeengekomen rente voor de familiehypotheek geen problemen gaat opleveren kunt u de leningovereenkomst e-mailen naar uw belastinginspecteur.

Gewoon doen als u de zekerheid wilt!

Maak een e-mail waarin U de inspecteur vraagt om een uitspraak of de gekozen rente marktconform is (verder niets vragen). Voeg de leningovereenkomst toe! Let op om aan te geven of het een onderhandse lening is of echt een met hypothecaire zekerheid gedekte lening (hypotheek).

In de overeenkosmt kunt u altijd nog de “glijclausule” toevoegen.

Hou rekening met een aantal weken voordat u reactie krijgt. De verwerkingssnelheid en de precieze inhoud van de reactie verschilt nog per Belastingkantoor.

Is de rente op mijn familiehypotheek aftrekbaar?

De rente is aftrekbaar als de lening wordt gebruikt voor de woning (aankoop en verbouwing), als de lening niet langer duurt dan 360 maanden en als de aflossingsmethode annuitair of lineair is.

Voor de belastingdienst maakt het niet uit of de lening wel of niet met een hypothecaire zekerheid wordt gedekt.

Als een bestaande en lopende hypotheek / lening  met een aflossingsvrije lening wordt overgezet naar een familiehypotheek kan blijft de rente voor de aflossingsvrije lening ook aftrekbaar

Kijk op de site van de belastingdienst voor alle info.

Hoe bepaal je de marktconforme rente bij een familiehypotheek?

,

De marktconforme / zakelijke rente bij een familiehypotheek

Een van de meest besproken items is de hoogte van de te kiezen rente voor de familiehypotheek / familielening.

Bij ANBF hanteren we altijd de volgende richtlijn:

  1. is het een lening met recht van hypotheek (1e of 2e hypotheek) of een lening zonder onderpand/zekerheid. bij een onderhandse lening kijk je naar rentes van leningen die vergelijkbaar zijn met consumptief krediet (dit zijn meestal hogere rentes a 5-6%). Dit is logisch want de geldgever heeft voor deze lening geen zekerheid. As het een 2e hypotheek is kies dan 1% hoger dan een vergelijkbare rente voor een 1e hypotheek
  2. wat is de looptijd van de lening en de aflossingsvorm. kijk naar de rentes op veel gebruikte sites als hypotheekrente.nl. De aflossingsvorm die daar wordt gebruikt is altijd lineair of annuitair (maakt niet uit voor de hoogte rente). Men gaat tegenwoordig bijna altijd uit van 30 jaar. Kies bij een kortere looptijd de rente van de desbetreffende kortere rentevastperiode.
  3. hoe hoog is de lening t.o.v. van de waarde van de woning. als de lening bijvoorbeeld maar 60% van de woningwaarde is hanteren banken meestal een veel lager tarief!
  4. wat is de rentevastperiode. banken hanteren een lagere rente bij een korte rentevastperiode. Dat geldt dus ook voor de familiehypotheek met een kortere rentevastperiode!
  5. welk tarief hanteren de belangrijkste financiële instellingen voor deze lening. De lijsten van de veel gebruikte sites als www.hypotheekrente.nl geven alle rentes van alle aanbieders. Kies voor de door u gebruikte rente het gemiddelde van de aanbieders.
  6. kies uw rente:  ga 20-25% boven het gemiddelde (resultaat stap 5) als je de hoogst mogelijke rente zoekt (ga bij voorkeur niet boven de duurste aanbieder). Ga 20-25% daaronder als je de laagst mogelijke rente zoekt (ga bij voorkeur niet onder de goedkoopste aanbieder)

Het resultaat van deze stappen is een (rente)percentage. In praktijk is de Belastingdienst bewust vaag in het definieren welk percentage wel en niet acceptabel is (er is geen definitie van marktconform of rekenmodule op de website van de Belastingdienst).

Voorbeelden

Voorbeeld 1: zo hoog mogelijke rente

U sluit een lening van €200.000 met 1e recht van hypotheek voor 30 jaar met uw familielid. De lening is 100% van de waarde van de woning. De geldnemer wil zekerheid en is bereid een hogere rente te betalen als hij/zij zeker weet dat hij/zij gedurende 30 jaar hetzelfde percentage rente betaalt. Toevallig wil de geldgever jaarlijks maximaal belastingvrij schenken.

U gaat dan naar een website als bijvoorbeeld hypotheekrente.nl. U klikt bij rentevastperiode op 30 en bij marktwaarde woning op 100% (dwz dat de lening 100% is van de marktwaarde woning). U kijkt naar het resultaat en ziet staan dat de goedkoopste aanbieder maatschappij A  3% hanteert en de duurste (bijvoorbeeld) ABN AMRO 4,4% (NB deze waarden verschillen per dag!).  Het gemiddelde ligt op 3,6%. U kunt daar ca 25% (van 3%) boven. Dus u kunt zeker een rente kiezen van 4,4-5%%. 4,4% is sowieso een rente die door een bank wordt gehanteerd. In alle opzichten marktconform! Gefeliciteerd. U heeft nu de mogelijkheid nog -zo lang als de overheid het toelaat- gebruik te maken van rente-aftrek over 4,4% rente. Waarschijnlijk zal de Belastingdienst geen probleem hebben met 4,5%. Dat is dus €9000 rente per jaar!

Voorbeeld 2: zo laag mogelijke rente

U sluit weer een lening van €200.000 met 1e recht van hypotheek voor 30 jaar met uw familielid. De lening is 100% van de waarde van de woning. De geldnemer wil het liefst zo min mogelijk rente betalen.

U gaat dan naar een website als bijvoorbeeld hypotheekrente.nl. U klikt bij marktwaarde woning op 100% (dwz dat de lening 100% is van de marktwaarde woning). Vervolgens klikt u op de verschillende rentevastperioden. Hoe korter de rentevastperiode, hoe lager de rente. Bij 30 jaar rentevast is de rente 3% bij de goedkoopste aanbieder (A),  bij 10 jaar rentevast is de rente bij A slechts 2% en bij 5 jaar rentevast zelfs 1,5% bij een andere aanbieder!  Als u dan een rente kiest van 1,6% zit u vast en zeker goed! Dat is slechts €3000 rente per jaar! Over 5 jaar moet u dan wel een rene kiezen die “weer” marktconform is. Als u denkt ” 5 jaar is wel erg kort” bedenk dat u de lening ten allen tijde kunt oversluiten naar een nieuwe lening als u vreest dat de rente hard gaat stijgen. U sluit dan wel een lening met een rentevastperiode die langer is….

Voorbeeld 3: bij een lagere LTV (loan to Value)

U sluit een lening van €200.000 met 1e recht van hypotheek voor 30 jaar met uw familielid. De lening is 60% van de waarde van de woning (LTV = 60%). De geldnemer wil het liefst zo min mogelijk rente betalen.

U gaat dan naar een website als bijvoorbeeld hypotheekrente.nl. U klikt bij marktwaarde woning op 60% (dwz dat de lening 60% is van de marktwaarde woning). U kijkt naar het resultaat en ziet staan dat de goedkoopste aanbieder 2,5% hanteert. Vervolgens klikt u op de verschillende rentevastperioden. Hoe korter de rentevastperiode, hoe lager de rente.  bij 10 jaar rentevast is de rente bij de goedkoopste slechts 1,5%. Grote partijen als ABN AMRO en RABO zitten niet hoger dan 2%. Als u dan een rente kiest van 1,5% zit u vast en zeker goed. Dat is maar €3000 euro rente per jaar

Voorbeeld 4: een lening zonder recht van hypotheek

U sluit een lening van €200.000 zonder van hypotheek voor 30 jaar met uw familielid. De lening is 60% van de waarde van de woning (LTV = 60%). De geldnemer wil het liefst zo min mogelijk rente betalen.

Er is geen onderpand dus u kunt niet kijken naar vergelijkbare hypotheekrentes. Als geldgever en geldnemer moet u zich oriënteren op wat banken vragen voor een “persoonlijke lening”. De meeste banken lenen niet zo’n groot bedrag uit zonder zekerheid. Meestal kunt u maximaal €50.000-75.000 lenen zonder zekerheid.  Banken hanteren dan rentes van ca. 5-6%. U kunt dan ook kiezen voor een rente van 5 of 6%.

 

NB Geen garanties! Wilt u zekerheid? Stuur dan uw leenovereenkomst naar de Belastinginspecteur en vraag om een akkoord. En bewaar een print van de hypotheekrente tarieven op de datum dat u de lening heeft afgesloten zodat u kunt laten zien dat er een aanbieder op de markt was die deze rente ook hanteerde.

 

Nog meer vragen? Bel de klantenservice of stel een vraag via het contactformulier. U krijgt binnen 24 uur antwoord.