Lenen uit de b.v. belast als inkomen

De dag na Prinsjesdag werd een bijzonder belastingplan naar buiten gebracht (sorry, vergeten te vertellen).  DGA’s mogen niet meer dan €500.000 lenen uit de b.v.. Die DGA’s die meer geleend hebben van de b.v. moeten deze schuld binnen 3 jaar terug brengen tot dit niveau anders krijgen zij een belastingaanslag over het meerdere dat zij aan zich zelf hebben geleend.

Bij de uitwerking van deze maatregel gaat het kabinet uit van de volgende contouren.
–    Als de totale som van schulden van de ab-houder aan zijn eigen vennootschap meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen.
–    De maatregel treedt op 1 januari 2022 in werking.
–    Voor bestaande eigenwoningschulden aan de eigen vennootschap wordt een overgangsmaatregel getroffen.

Ook als voldaan werd aan alle voorwaarden voor lenen uit de b.v. zoals een marktconforme rente, voldoende zekerheden en een duidelijk contract tussen b.v. en prive… het mag niet meer dan €500.000 zijn. De sanctie is enorm: het meerdere dat is uitgeleend aan prive is ineens inkomen! Dit is bizar: €100.000 aan prive  uitlenen is toch iets heel anders dan €100.000 aan prive uitkeren!

De DGA mag dus wel het kapitaal stallen bij een bank (met wel 0,1% rente), er een beleggingspand van kopen dat verhuurd wordt of zelfs het geld uitlenen aan derden (tegen een hogere rente) lenen aan prive mag niet meer.

Fiscale onderdrukking

Het is heel normaal dat een DGA in zijn onderneming zijn kapitaal wil behouden door het netjes te beleggen. Als de ECB niet zo’n extreem monetair beleid hanteerde was er een normale rente geweest waardoor veel DGA’s gewoon het vermogen zouden laten renderen in de b.v. en het netjes naar prive halen wanneer nodig. Dan zou het geld niet aan prive wordt geleend maar gewoon in de b.v. blijven. Dit mag niet als belastinguitstel of belastingontwijking worden gelabeld.

Deze maatregel  is niets anders dan fiscale onderdrukking om belastingplichtigen te dwingen hun reserves naar prive over te brengen om eenmalig belastingvoordeel te halen en vervolgens deze prive-vermogens middels de Box-3 belasting jaarlijks wederom af te romen. Het is ongelofelijk dat belastingplichtigen niet eens meer zelf mogen kiezen wanneer ze reserves/vermogen als inkomen willen gaan gebruiken!

Wat te doen

De DGA zal dus nu moeten gaan uitzoeken in hoeverre er sprake is van meer dan €500.000 lening aan zichzelf (inclusief lening eigen woning) en hoe dit terug te brengen.

Bijvoorbeeld:

  • is de lening eigen woning uit de b.v. te vervangen door een lening van een andere partij (bank) of familie?
  • kan het onderpand niet worden verkocht aan de b.v. (met aflossing van de lening)
  • is het mogelijk wel te lenen aan andere partijen buiten de DGA zelf die het vervolgens weer doorlenen aan prive?

ANBF zal u op de hoogte houden van de ontwikkelingen t.a.v. dit plan en mogelijke verdere vraagpunten. Bijvoorbeeld: geldt dit ook voor leningen van de b.v. aan kinderen van DGA? Moeten de leningen voor 1 januari 2022 zijn afgelost of op 31/12/2022 om geen aanslag te krijgen?

Als er mogelijke oplossingen komen om een leningssituatie zonder problemen anders te organiseren (doorlenen via derden/ verkopen van bezit aan b.v. etc.) zult u dit vinden op dit blog.

 

 

 

 

 

 

Veel clienten van ANBF laten de familiehypotheek/lening toetsen bij de belastinginspecteur om zeker te zijn dat de rente marktconform / zakelijk is. De belastinginspecteur reageert meestal schriftelijk op een ingediend verzoek.

In haar reacties geeft de Belastingdienst aan dat een marktconforme rente voor een lening zonder hypothecaire zekerheid anders is dan de marktconforme rente voor een lening met hypothecaire zekerheid.

Onderstaand een veel gebruikte tekst door de inspecteur:

….de rente die banken berekenen is een rente die bepaald is voor een lening met hypothecaire zekerheid. Als de geldnemer niet aan zijn/haar verplichtingen kan voldoen kan de geldgever het onderpand verkopen en loopt dus minder risico. Als u een onderhandse lening aangaat en deze wordt niet via een notaris ingeschreven in het hypotheekregister (toevoeging redactie: van het Kadaster) is deze zekerheid er niet. De geldgever loopt dan een hoger risico. Voor het bepalen van de marktconforme rente moet dan worden gekeken naar de rente die banken en kredietverstrekkers hanteren voor een soortgelijke lening (zonder zekerheid). Voor dit soort leningen ligt de rente op dit moment tussen de 4-8 procent…

Met een duidelijke waarschuwing:

…wanneer een te lage (toevoeging redactie: of te hoge) rente is berekend kan de Belastingdienst het verschil tussen de gestelde en de werkelijke rente zien als een schenking….

Dus: sluit en familiehypotheek met hypothecaire zekerheid dan dient u zich voor een marktconforme rente te baseren op de rentes van vergelijkbare hypotheken. Als u een lening zonder hypothecaire zekerheid sluit dan moet u een rente hanteren vergelijkbaar met een krediet zonder zekerheid (lees consumptief krediet).

Voorkom problemen: laat u adviseren door ANBF als een een onderhandse lening afsluit binnen de familie (of een lening met hypothecaire zekerheid). Als u een aanvraag voor leningovereenkomst aangaat controleren wij uw aanvraag op mogelijke problemen en geven u direct advies (via e-mail).

Regel uw familiehypotheek door eerst de leningovereenkomst via ANBF op te stellen en deze vervolgens door de notaris te laten voorzien van een akte van hypotheek.

Wilt u ook bij de Belastingdienst toetsen of de door u gekozen rente voor uw familiehypotheek zakelijk is?  Zorg dan bij uw verzoek om de juiste vragen te stellen en de juiste toelichting te geven. ANBF helpt hierbij, uw notaris niet en uw hypotheekadviseur ook niet.

 

 

 

 

 

 

Naast de aflossingseis geldt sinds 1 januari 2013 voor nieuwe leningen met een aflossingsverplichting die zijn aangegaan voor de eigen woning ook een informatieplicht aan de fiscus omtrent de voorwaarden van de lening (rente, looptijd, etc.). Deze informatieplicht geldt, samengevat, alleen in de situatie als de lening niet is aangegaan bij een bank, maar bijvoorbeeld bij een familielid of bij een eigen besloten vennootschap. De geldnemer voldoet aan deze informatieplicht door de lening op te geven de aangifte inkomstenbelasting

U moet onder andere de volgende gegevens aan de Belastingdienst doorgeven:

  • de naam en adresgegevens van u als leningnemer
  • de naam en adresgegevens van de geldlener (leningverstrekker)
  • uw burgerservicenummer
  • het burgerservicenummer of Buitenlands Fiscaal identificatienummer van de leningverstrekker (TIN)
  • de startdatum van de lening
  • de hoogte van het bedrag
  • de looptijd in maanden
  • het rentepercentage
  • de manier van aflossen (annuïtair of lineair)

De informatieplicht geldt ook voor wijzigingen in leningen! Denk hierbij aan wijzigingen in de looptijd en/of rente, maar ook de nieuwe restschuld na een extra aflossing.

 

De jaaropgave voor de familiehypotheek is nodig voor de belastingopgave over 2017.

De jaaropgave bevat:

– de betaalde rente over 2017

– de stand van de (rest)schuld  op 31/12/2017

De geldgever heeft dit document in zijn on-line dossier  (de geldnemer niet). De jaaropgave is ook op op 1 of 2 januari 2018 gemaild naar de geldgever. Vergeet niet de jaaropgave te mailen naar de geldnemer!

 

 

Vrijstellingen voor erfbelasting 2018

Als je een erfenis krijgt, is de kans groot dat je erfbelasting moet betalen. Maar alleen als het bedrag van de erfenis hoger is dan jouw vrijstelling.

Ben je: Dan is jouw vrijstelling:
Gehuwd / geregistreerd partner / ongehuwd samenwonend 643.194,-
Kind met ziekte of handicap € 61.106,-
(Pleeg-)Kind € 20.371,-
Kleinkind € 20.371,-
Ouder € 48.242,-
Overig (zoals een broer of zus) 2.147,-

Vrijstellingen voor schenkbelasting 2018

Als je een schenking krijgt, is de kans groot dat je schenkbelasting moet betalen. Maar alleen als het bedrag van de schenking hoger is dan jouw vrijstelling.

Ben je: Dan is jouw vrijstelling:
(Pleeg-)Kind € 5.363,-
Per jaar mogen je ouders jou (en je broers en zussen) € 5.363,- belastingvrij schenken. Je hoeft hiervan geen aangifte te doen. Is het bedrag van de schenking hoger dan deze vrijstelling, dan moet dat wel.
Kind tussen 18 en 40 jaar Eenmalig € 25.731,- of € 53.602,-
Ben je tussen de 18 en 40 jaar oud, dan mogen je ouders jou eenmalig belastingvrij een hoger bedrag schenken. Dit bedrag is in principe € 25.731,-. Maar als je het geschonken bedrag gebruikt voor de betaling van een dure studie of opleiding, dan is de vrijstelling € 53.602,-.
Ontvanger tussen 18 en 40 jaar Eenmalig € 100.800,- (‘Jubelton’)
Ben je tussen de 18 en 40 jaar oud, dan mag iemand (ouders, familielid of geheel iemand anders) jou eenmalig belastingvrij een hoger bedrag schenken van € 100.800,-. De ontvanger moet de schenking dan wel gebruiken voor de aankoop of de verbouwing van een eigen woning. Ook mag de eigenwoningschuld of een restschuld van een verkochte eigen woning ermee worden afgelost. Deze eenmalig verhoogde vrijstelling geldt ook als in plaats van een bedrag een eigen woning wordt geschonken.De schenking mag ook worden verkregen van een ander familielid of van een derde. De ontvanger moet wel tussen de 18 en 40 jaar te zijn.

Deze vrijstelling kan onder voorwaarden gespreid over 3 opeenvolgende jaren benut worden. De geschonken bedragen moeten uiterlijk in het 2e kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de 1e schenking is gedaan worden aangewend voor de eigen woning. De termijn voor het opleggen van de aanslag is met 2 jaar verlengd en vastgesteld op 5 jaar.

Overig (zoals een kleinkind) € 2.147,-
Dit bedrag mag jaarlijks belastingvrij worden geschonken. Hiervan hoef je dus geen aangifte te doen. Is het bedrag van de schenking hoger dan deze vrijstelling, dan moet dat wel.

NB: Van de hogere (eenmalige) schenkingen moet je wel aangifte doen. Daarbij moet je een beroep doen op de verhoogde vrijstelling.

Overgangsrecht bij eenmalige € 100.800,- (‘Jubelton’)

Heb je als ouder aan je kind al eerder een schenking gedaan waarbij je kind een beroep heeft gedaan op een eenmalige verhoogde vrijstelling in verband met een eigen woning? Dan moet je opletten, want niet in alle gevallen kun je nu de vrijstelling van € 100.800,- nog gebruiken of aanvullen. Er zijn 3 situaties denkbaar waar ‘overgangsrecht‘ voor geldt:

  1. Ontvanger heeft alleen vóór 2010 de eenmalig verhoogde vrijstelling benut
    Je kunt in 2018 aanvullend maximaal € 27.871 vrijgesteld schenken waarvan € 5.363 ter vrije besteding.
  2. Ontvanger heeft in 2010, 2011, 2012, 2013 of 2014 een beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling
    Je kunt in 2018 geen schenking doen met toepassing van de verhoogde vrijstelling van maximaal € 100.800. Voor deze groep geldt geen inhaalmogelijkheid.
  3. Ontvangers die in 2015 of 2016 gebruik hebben gemaakt van een verhoogde vrijstelling
    Voor schenkingen met de oude verhoogde vrijstelling in 2015 (€ 52.752) of 2016 (€ 53.016) geldt in 2018 een aanvullende vrijstelling van € 47.198, waarvan € 5.363 ter vrije besteding. De totale vrijstelling komt voor de ontvangers zo uit op € 100.000.
    Er moet wel worden geschonken vóór 1 januari 2019.

Tarieven voor erfbelasting 2018 en schenkbelasting 2018

Is het bedrag van de erfenis of schenking hoger dan de vrijstelling, dan is het meerdere belast met erfbelasting of schenkbelasting. Dit meerdere heet dan ook een ‘belaste verkrijging’.

Ben je: dan betaal je over het gedeelte tot € 123.248,- dan betaal je over het gedeelte vanaf € 123.248,-
Gehuwd / geregistreerd partner /ongehuwd samenwonend 10% 20%
Wanneer je als ongehuwd samenwonende erft van je partner, moet je wel aan enkele voorwaarden voldoen om een beroep te kunnen doen op de vrijstelling van € 643.194,- en de tarieven van 10/20% (o.a. minimaal zes maanden op hetzelfde woonadres staan ingeschreven).
Ben je: dan betaal je over het gedeelte tot € 123.248,- dan betaal je over het gedeelte vanaf € 123.248,-
(Pleeg-)Kind 10% 20%
Kleinkind 18% 36%
Overig (zoals een ouder, broer of zus) 30% 40%

Bijvoorbeeld:

Je erft € 250.000 van je ouders. Daarvoor heb je een vrijstelling van € 20.371.
Het bedrag dat belast wordt is dan (€ 250.000 – € 20.371 =) € 229.629. Over het deel tot € 123.248 betaal je 10% en over de rest, € 106.381, betaal je 20%. Totaal moet je dan € 12.324 + € 21.276 = € 33.600 erfbelasting betalen.

Als u heeft geld op de bank staan en u besluit het uit te lenen aan uw kind dan hoeft u de ontvangen rente niet op te geven als inkomsten bij de belastingaangifte.

Uw spaargeld is vermogen in Box 3. Als u het geld uitleent aan uw kind blijft het vermogen in Box 3. Er verandert niets.

De Belastingdienst heft over dit vermogen een belasting van 30% over het ingeschatte rendement. Vanaf 2017 is dit in schijven opgedeeld.

De Belastingdienst gaat ervan uit dat u meer rendement op uw vermogen behaalt naarmate u meer vermogen hebt. Ook gaat zij ervan uit dat u bij een hoger vermogen meer belegt dan spaart. Bij iedere volgende schijf gebruikt zij daarom een hoger percentage om het rendement over uw vermogen te berekenen.

In de tabel hieronder ziet u hoe de schijven zijn opgebouwd.

Tabel berekening rendement op vermogen over 2017

Schijf Uw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,39%
Percentage
gemiddeld
rendement
1 Tot en met € 75.000 67% 33% 2,871%
2 Vanaf € 75.001 tot en met € 975.000 21% 79% 4,600%
3 Vanaf € 975.001 0% 100% 5,39%

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/belasting_betalen_over_uw_vermogen/grondslag_sparen_en_beleggen/berekenen_belasting_over_uw_inkomsten_uit_vermogen_vanaf_2017

Er geldt een heffingsvrij vermogen van €25.000.

Over het berekende rendement betaalt u altijd 30% inkomstenbelasting.

 

Vanaf 1 januari 2013 zijn de voorwaarden voor renteaftrek aangescherpt. U mag de rente over nieuwe eigenwoningschulden alleen aftrekken als de eigenwoningschuld (lening waarover u de hypotheekrente mag aftrekken) volledig en binnen 360 maanden (30 jaar) minimaal annuïtair wordt afgelost. Deze verplichting moet zijn opgenomen in de leenovereenkomst wat meestal de hypotheek zal zijn.

Ook moet jaarlijks aan deze aflossingsverplichting worden voldaan. Overeenkomsten die verder gaan dan een annuïtair aflossingsschema, zoals een lineaire aflossing, komen eveneens in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek.

De annuitaire aflossingseisen zijn alleen verplicht voor hypotheken die na 1 januari 2013 worden afgesloten. Voor bestaande eigenwoningschulden geldt het overgangsrecht en verandert er na 1 januari 2013 in grote lijnen niets.

U heeft een bestaande eigenwoningschuld als:

  • u op 31 december 2012 in het bezit bent van een woning waarop een hypotheek rust.
  • u in 2012 uw woning heeft verkocht en in 2013 heeft gehuurd. De hypotheekschuld van uw voormalige woning valt onder het overgangsrecht, mits u in 2013 opnieuw een woning heeft gekocht en hiervoor een schuld bent aangegaan.
  • u in 2012 een woning heeft gekocht* en deze in 2013 heeft gefinancierd, ook al is dat voor de eerste keer. U valt dan nog onder het overgangsrecht en u bent dan niet verplicht een eigenwoningschuld met annuïtaire aflossing aan te gaan om recht te hebben op hypotheekrenteaftrek.
  • u in 2012 nog onherroepelijk en schriftelijk met een aannemer een verbouwing bent overeengekomen. Dan valt de daarvoor aangegane schuld nog onder de oude regels, ook als de lening pas in 2013 is afgesloten. De verbouwing moet dan wel in 2013 zijn afgerond.

* Er is sprake van een gekochte woning in 2012 als u uiterlijk 31 december 2012 een onherroepelijke schriftelijke koopovereenkomst bent aangegaan. Die koopovereenkomst mag de gebruikelijke bedingen bevatten, zoals het voorbehoud van financiering en bouwkundige keuring.

De stand van uw eigenwoningschuld op 31 december 2012 is het bedrag dat wordt aangemerkt als bestaande eigenwoningschuld en waarvoor u onder het overgangsrecht valt.

Als u in 2017 uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) aflost, waarover u op dat moment overgangsrecht geniet, dan behoudt u het overgangsrecht over deze aflossing, mits u uiterlijk in 2018 hiervoor weer een nieuwe eigenwoningschuld aangaat. Het is belangrijk hiermee rekening te houden als u bijvoorbeeld uw woning in 2017 verkoopt of indien u van plan bent om de eigenwoningschuld over te sluiten.

Als een van de partners in de woning blijft wonen, koopt deze partner het deel van de woning van de andere partner.

Bij een huwelijk in algemene gemeenschap van goederen is dit deel de helft van de woning. De partner die in de woning blijft wonen, hoeft geen rekening te houden met de eigenwoningreserve van de vertrekkende partner.

De maximale eigenwoningschuld neemt toe omdat diegene die in de woning blijft wonen het deel van de woning koopt van de vertrekkende partner.

Bij de vertrekkende partner ontstaat er eventueel wel een vervreemdingssaldo omdat deze partner
de woning verkoopt aan de partner die in de woning blijft wonen. Als de vertrekkende partner binnen drie jaar een woning aankoopt, moet hij dus rekening houden met een eigenwoningreserve.

Wel dient de achterblijvende partner rekening te houden met de regels van eigenwoningrenteaftrek per 1 januari 2013. Indien de scheiding plaatsvindt na 1 januari 2013 krijgt de achterblijvende partner te maken met het overnemen van de schuld van de vertrekkende partner. Dit betreft een `nieuwe` hypotheek, die volgens de tenminste annuïtaire periode van 360 maanden dient te worden afgelost om in aanmerking te blijven komen voor eigenwoningrenteaftrek voor dit deel van de hypotheek.

Spelen met de rente voor de familiehypotheek

Welke rente spreek je af bij een familiehypotheek?  0% rente mag niet, dat is een schenking naar de geldnemer, 6% of meer mag niet want dat is een schenking richting de geldgever. Bij ANBF hebben we voldoende brieven ontvangen die aangeven dat de Belastingdienst niet akkoord gaat met een rente van 6% voor een familiehypotheek.

De rente moet marktconform en zakelijk zijn, maar er is een marge waarbinnen in de familiesfeer kan worden gevarieerd. De geldgever kan afwijken van het gemiddelde van banken (ca. 20% erboven of eronder). Tevens kan de geldgever in overleg met de geldgever kiezen voor een kortere of langere rentevastperiode. Banken hanteren van 1% hogere rente voor een langere rentevastperiode (30 jaar ipv 10 jaar).

Belangrijk is of de geldgever een deel van de rente wil/kan schenken of dat de geldnemer het meest is geholpen met zo’n laag mogelijke rente. Zo zijn de volgende 2 optie te kiezen voor dezelfde lening:

  • 4% rente en (los daarvan) terugschenking van 2% rente aan de geldnemer. Rentevastperiode lang omdat dan rentes vaak hoger zijn. De geldnemer heeft rente-aftrek over 4%. De rente staat voor 30 jaar vast. Binnen de familiesfeer is het echter wat minder moeilijk om de hypotheek in gezamenlijk overleg over te sluiten naar een ander percentage op een later moment.
  • 2% rente. Dit is de onderkant van de markt (gemiddelde marktrente van aanbieders minus een 20% marge die de geldgever heeft om onder de gemiddelde rente te gaan). De geldgever heeft aftrek over 2% rente. De rentevastperiode is nu 10 jaar.

Ouders en kinderen bepalen samen in hoeverre de rente-inkomsten wel of niet terug geschonken kunnen worden. Soms wordt er al jaarlijks maximaal geschonken en is het slimmer om de laagste rente te kiezen voor de lening aan de kinderen omdat het maximaal belastingvrije schenkingsbedrag al is bereikt. Soms hebben de ouders de rente-inkomsten nodig omdat het (vroegere) spaargeld werd ingezet voor spaarrendement.

Ook zijn er ouders die een extra hypotheek hebben genomen om dit door te kunnen lenen aan hun kind (die niet bij de bank terecht kon). Zij betalen zelf de bankrente en hebben dus minimaal de bankrente nodig.

NB Dit artikel geeft geen enkele garantie dat de Belastingdienst akkoord gaat met de hierboven beschreven rentekeuze. Elke situatie wordt individueel getoetst.

Als u zekerheid wilt of de overeengekomen rente voor de familiehypotheek geen problemen gaat opleveren kunt u de leningovereenkomst e-mailen naar uw belastinginspecteur.

Gewoon doen als u de zekerheid wilt!

Maak een e-mail waarin U de inspecteur vraagt om een uitspraak of de gekozen rente marktconform is (verder niets vragen). Voeg de leningovereenkomst toe! Let op om aan te geven of het een onderhandse lening is of echt een met hypothecaire zekerheid gedekte lening (hypotheek). Voeg eventueel de hypotheekakte toe of geef duidelijk aan dat er een zekerheid is gevestigd door een akte van hypotheek (zie ook (http://www.anbf.nl/fiscaal/belastingdienst-ziet-marktconforme-rente-voor-lening-anders-dan-hypotheek/)

In de overeenkosmt kunt u altijd nog de “glijclausule” toevoegen.

Hou rekening met een aantal weken voordat u reactie krijgt. De verwerkingssnelheid en de precieze inhoud van de reactie verschilt nog per Belastingkantoor.