Binnen veel families wordt getwijfeld over de noodzaak van hypothecaire zekerheid bij de lening.  De geldnemer (mijn zoon) raakt toch nooit in de problemen. In de praktijk komt het echter toch vaker voor dan men denkt.

Als de familielening is gedekt met hypothecaire zekerheid is de geldgever (hypotheekverstrekker) veel zekerder dat de lening bij problemen ook kan worden afgelost. Onderstaand een toelichting.

Faillissement is een door de rechter vastgestelde toestand van een persoon waarbij deze heeft opgehouden te betalen. Als gevolg van het faillissement vindt een algeheel beslag (voor de schuldeisers) van de debiteur plaats op diens gehele vermogen en alle huidige en toekomstige inkomsten. Sommige goederen en vorderingen zijn niet (geheel) voor beslag vatbaar.

Het faillissement kan worden aangevraagd door de schuldenaar zelf of door een of meer schuldeisers. De persoon moet, wil de rechtbank het verzoek inwilligen, wel meer dan één schuldeiser hebben. Bij faillissement wordt door de rechtbank een curator benoemd die onder meer is belast met het beheer en de vereffening van de boedel van een in faillissement verkerende rechtspersoon of natuurlijk persoon. De curator staat onder toezicht van een rechter-commissaris.

Faillissement leidt tot directe opeisbaarheid van de hypotheek. De opeising vindt altijd plaats en het bedrag van de hypothecaire vordering moet aan de curator worden gemeld. De curator kan de hypotheekhouder een redelijke termijn stellen waarbinnen hij tot verkoop van het onderpand moet overgaan. Als de hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn heeft verkocht, kan de curator het onderpand opeisen en zelf verkopen. De hypotheekhouder behoudt in dat geval zijn recht op de opbrengst.
Ook is het mogelijk het pand tijdens het faillissement vrijwillig onderhands te verkopen. Dit kan echter alleen plaatsvinden met toestemming en/of medewerking van de curator.

Door de hypothecaire zekerheid heeft een faillissement in principe weinig financiele gevolgen voor de geldgever. Pas als de gedwongen verkoop van het onderpand niet voldoende opbrengst kan een restant vordering overblijven. Voor deze restantvordering moet de geldgever gewoon aansluiten in de rij van schuldeisers. De verdeling van de eventuele opbrengst van de overige vermogensbestanddelen in de boedel geschiedt naar rato.