Als een van de partners in de woning blijft wonen, koopt deze partner het deel van de woning van de andere partner.

Bij een huwelijk in algemene gemeenschap van goederen is dit deel de helft van de woning. De partner die in de woning blijft wonen, hoeft geen rekening te houden met de eigenwoningreserve van de vertrekkende partner.

De maximale eigenwoningschuld neemt toe omdat diegene die in de woning blijft wonen het deel van de woning koopt van de vertrekkende partner.

Bij de vertrekkende partner ontstaat er eventueel wel een vervreemdingssaldo omdat deze partner
de woning verkoopt aan de partner die in de woning blijft wonen. Als de vertrekkende partner binnen drie jaar een woning aankoopt, moet hij dus rekening houden met een eigenwoningreserve.

Wel dient de achterblijvende partner rekening te houden met de regels van eigenwoningrenteaftrek per 1 januari 2013. Indien de scheiding plaatsvindt na 1 januari 2013 krijgt de achterblijvende partner te maken met het overnemen van de schuld van de vertrekkende partner. Dit betreft een `nieuwe` hypotheek, die volgens de tenminste annuïtaire periode van 360 maanden dient te worden afgelost om in aanmerking te blijven komen voor eigenwoningrenteaftrek voor dit deel van de hypotheek.