40% groei door stijgende huizenprijs

DNB heeft onderzoek gedaan. De voor Nederland gevonden relatie tussen de reële huizenprijs en de reële consumptie impliceert dat ruim 40% van de cumulatieve consumptiegroei sinds 2014 (rond 6%) kan worden toegeschreven aan de toename van de reële huizenprijs. Een stijging (daling) van de reële huizenprijzen van 1% op korte termijn gepaard gaat met een stijging (daling) van de reële particuliere consumptie van 0,18%.

Hoge loan-to-value ratio’s

Uit tussen de twee groepen landen blijkt dat de sterkte van het verband tussen particuliere consumptie en huizenprijzen samenhangt met het aandeel in de bevolking van eigenwoningbezitters met een hypotheek. Eerder onderzoek van de OESO laat zien dat de relatie tussen huizenprijzen en particuliere consumptie vermoedelijk sterker is in landen waar financiële markten relatief gemakkelijk toegang bieden tot hypotheekmarktfinanciering (bijvoorbeeld door hoge loan-to-value ratio’s) en tot financiële producten die het verzilveren van de overwaarde vergemakkelijken.

Boom-bust karakter

Bovendien versterken regelingen zoals aftrekmogelijkheden van de hypotheekrentelasten en belastingvrijstelling van huizenvermogen waarschijnlijk het effect van huisprijsstijgingen op de consumptie, omdat ze een hoge(re) schuldopbouw faciliteren. Tegelijkertijd wijst DNB erop dat huiseigenaren met hoge schulden kwetsbaarder zijn voor dalende huizenprijzen, die kunnen leiden tot onderwaterhypotheken en neerwaartse bijstellingen van de consumptie. “Dit versterkt het boom-bust karakter van een economie.”