Juridisch gezien loopt het als volgt: als de geldnemer overlijdt gaan woning en schuld naar de erfgenamen. Als het geldnemer geen testament heeft, is de wettelijke verdeling van toepassing. Het vermogen gaat eerst naar echtgeno(o)t(e) en eventuele kinderen (en bij vooroverlijden van de kinderen, de eventuele kleinkinderen). Is er niemand die tot die eerste groep behoort, dan erven de ouders en de zussen en broers.

Dus: als er 1 geldnemer is en die overlijdt moet de lening worden afgelost. De contractpartij vervalt. De woning zal waarschijnlijk worden verkocht omdat de bezittingen en schulden van de geldnemer in de erfenis worden vereffend.

Als er 2 geldnemers zijn en een van de twee geldnemers overlijdt zal de lening doorlopen en zal de gehele lening worden overgenomen door de andere geldnemer.

Overlijdt één van geldgevers (en dat is een van de ouders), dan kan de familiehypotheek worden voortgezet door de langstlevende ouder. Na het overlijden van de langstlevende ouder kan de familiehypotheek zelfs worden overgenomen door andere erfgenamen (bijvoorbeeld broer of zus) of worden overgesloten naar een hypotheek bij een bank. De familiehypotheek kan natuurlijk ook worden verrekend met het erfdeel van het kind. In dat geval stopt de familiehypotheek. De notaris helpt bij het afhandelen van de hypotheek.