Als de geldgever geen bank of professionele hypotheekverstrekker is hoeft deze zich niet te houden aan de door de overheid vastgestelde hypotheekverstrekkingsnormen.  Dit betekent dat de geldgever meer dan 100% van de woningwaarde (LTV = loan to value ratio) mag verstrekken en dat de geldgever niet gehouden is aan een maximale LTI (loan-to-income).

Overschrijding van deze norm is verboden voor banken. Banken worden gecontroleerd door de AFM die zich hierbij baseert op de WFT (Wet Financieel Toezicht)

Overschrijding van de LTI- en LTV-norm door particuliere verstrekkers heeft geen enkele invloed op de rente-aftrek. Of de hypotheek in aanmerking komt voor rente-aftrek wordt bepaald door de eisen die de Belastingwet stelt. Hierbij maakt de belastingdienst geen onderscheid of de hypotheek een lening is of een hypotheek (de belastingdienst spreek dan ook over “lening eigen woning” en niet alleen hypotheek). Het maakt ook niet uit of de lening verstrekt wordt door de familie of door een bank.